Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

Al de grote waterstromen 12-02-08 | Sed auctor lorem sit amet purus

Verhaalafbeeldingen/al de grote waterstromen zijn heer/Portret1In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 vonden een groot aantal dijkdoorbraken plaats in Zuid-Holland, Noord-Brabant, Zeeland en elders in Nederland. Binnen enkele uren stroomde een gebied ter grootte van Zeeland onder water. Mevrouw Johanna Huige-Kik (1928) woont in die tijd met haar man Wim en hun drie weken oude zoontje Gerardje in een noodwoning achter de Oosterscheldedijk bij Zierikzee. Vlakbij het huis van de familie De Boer, waar haar man een paar maanden later zou gaan werken. "Het verhaal heb ik al eens opgeschreven voor onze kinderen. Ik vind het moeilijk om het opnieuw te vertellen, want vanavond komen alle beelden weer terug."

"Om 3.00 uur 's nachts werd ik wakker door het huilen van Gerardje. Ik was altijd kraamverzorgster geweest en voordat ik zelf een kindje kreeg, zei ik altijd tegen de moeders: ‘Je moet je baby 's nachts laten doorslapen, want anders kom je zelf niet tot rust.' Maar die nacht heb ik mij daar zelf niet aan gehouden. Ik haalde hem uit zijn bedje en na de borstvoeding heb ik hem weer toegestopt in zijn ledikantje. Maar hij bleef doorhuilen. Ik ging er weer uit om een warm kruikje voor hem te maken. Terwijl ik het water liet doorkoken, dacht ik: ‘Wat hoor ik toch? Het lijkt wel stromend water'. Mijn man werd wakker en zag door het raam het water over de dijk stromen. Hij besefte meteen dat we in gevaar waren. Hij duwde mij naar het halletje en zei: ‘Zie dat je bij De Boer komt! Ik ga om broertje', zo noemden wij hem soms. Ik wilde op het trapje voor de deur stappen, maar dat was door het water weg­gespoeld en ik viel voorover in het water. Mijn man zei: ‘Ik zal jou eerst wegbrengen'. Het was maar een klein stukje naar het huis. Maar het water steeg zo snel en de stroming was zo sterk dat we er bijna niet konden komen. Nog net op tijd wisten we door het luik van de schuur naast het huis te klimmen."

Verhaalafbeeldingen/al de grote waterstromen zijn heer/2"Buiten op het erf lag een boot. Op mijn knieën probeerde ik de boot te grijpen. Ik wilde erin, mijn kind halen. Maar mijn man zei ‘Dat kan niet', want hij wist dat de boot kapot was. We schreeuwden naar het huis van De Boer, want daar was alles nog in diepe rust. Opeens ging het licht aan. Even later klom iemand door de koekoek van de vliering naar buiten en gooide ons een laken toe. Zo zijn we naar de vliering gekropen. Met z'n tienen zaten we op de vliering. Ze hebben mij in het bed gestopt tussen mevrouw De Boer en haar dochter in. Ik had het koud, vreselijk koud. Vanuit het bed zag ik mijn man zitten. Ik zal nooit vergeten hoe snel zijn knieën tegen elkaar klapperden van de kou en de spanning. Toen het licht werd zagen we dat onze woning was ­weggevaagd. Alleen de slaapkamer, waar  broertje lag, stond nog overeind. Op het dak lagen balen stro, zo hoog had het water dus gestaan. Aan het eind van de morgen kwam een bootje ons redden. Via een plank uit het raam wisten we de dijk te bereiken. We zijn toen naar mijn broer in Zierikzee gegaan. Donderdags konden we pas terug naar ons eigen huis. Daar hebben we Gerardje gevonden. Hij lag nog in zijn ledikantje, de lattenbodem was schuin weggezakt. We hebben hem meegenomen. Maar in het huis van mijn broer waren er zoveel evacués, dat er geen ruimte was om Gerardje op te baren. We hebben hem toen opgebaard in de Cornelia­stichting, die als ziekenhuis werd gebruikt. 's Morgens en 's avonds ging ik er even kijken. We zouden bericht krijgen als hij zou worden begraven. Toen ik op zaterdagmorgen terugkwam, kon ik hem niet vinden. Het bleek dat ze hem hadden begraven. Zonder dat wij het wisten was de rouwstoet van ons zoontje vlak langs ons tijdelijk huis gekomen. Dat is heel moeilijk voor ons geweest."

In grote delen van Zeeland had en heeft het geloof een belangrijke plaats in het leven van mensen. De Ramp trof Zeeland het zwaarst met 865 slachtoffers, waarvan ongeveer de helft behoorde tot de streng reformatorische kerken. Mevrouw Huige-Kik is opgevoed in en lid van de Oudgereformeerde Gemeente. Is uw geloof een troost geweest bij het verwerken van wat er die nacht is gebeurd? "Dat is een heel moeilijke vraag, waar niet zomaar één antwoord op is te geven. Ik weet nog hoe ik die nacht in bed lag te bidden, maar wat, weet ik echt niet meer. Ondertussen dacht ik aan broertje. Ik zag steeds een kindje en een poes in een wiegje op de golven voor me. Ik had wel eens gelezen hoe tijdens de Sint-Elisabethsvloed een kind was gered doordat een poes de wieg in evenwicht hield door het heen-en-weerspringen. Als moeder blijf je hopen, je hoopt op een wonder. Mijn man zei later wel eens: ‘Het is een hard gelag. Als Gerardje had doorgeslapen, dan zouden wij met zijn allen zijn verdronken. Zijn gehuil heeft ons gered'."

"Maar de Bijbel is Gods woord en daarin staat dat we worden gestraft voor onze zonden. Dat wil niet zeggen dat diegenen die verdronken zijn, zwaarder gezondigd hebben dan die gered zijn. De Heere Jezus zegt dat zo treffend in Lucas 13: 3-5. In de Statenvertaling staat: ‘Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan. Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen? Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen insgelijks vergaan'. Toen ik tachtig jaar werd heb ik samen met mijn kinderen Psalm 42 vers 5 in de berijming van Petrus Datheen (1531-1588) gezongen. Deze psalm geeft misschien wel het beste aan wat ik die nacht heb ervaren. 

Al de grote waterstromen
Zijn Heer, over mij gegaan
En mij over het hoofd gekomen:
Maar gij hebt mij bijgestaan.
's Daags toont Gij mij Uw goedheid
En 's nachts Uw barmhartigheid
Dies zal ik U Heer belijden
Gij hoedt mijn ziel t'allen tijd

Misschien begrijp je het niet, maar dit is onze belijdenis. Het is allemaal in Zijn hand".

terug naar overzicht
Voor deze site is Macromedia Flash Player nodig.

zoeken