2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
Aan de Molenstraat in Nieuwerkerk op Schouwen-Duiveland staat een van de kleinste kerkgebouwen van Zeeland. Het gebouw is eigendom van de Katholiek Apostolische Gemeente. Dit kerkgenootschap is rond 1830 voortgekomen uit een charismatische opwekkingsbeweging in Schotland en Engeland. De Schotse predikant Edward Irving is voor de buitenwereld een belangrijke persoon binnen de beweging. Sterke nadruk wordt gelegd op de spoedige wederkomst van Christus, de eenheid van de kerken, het werk van de Heilige Geest, de betekenis van Israël en op het herstel van de oorspronkelijke nieuwtestamentische ambten; apostelen, profeten, evangelisten, herders/leraars. Aan het hoofd van een volledig uitgegroeide gemeente staat een engel (bisschop), die wordt bijgestaan door priesters en diakens. Binnen de beweging werden twaalf leden tot apostelen aangewezen en zij stichten gemeenten in Europa, de Verenigde Staten en Australië. In Nederland worden meer dan twaalf gemeenten gesticht. De hoofdkerk bevindt zich in Den Haag, een aantal in de provinciehoofdsteden en merkwaardigerwijs wordt in 1873 één gemeente in het agrarische dorp Nieuwerkerk gesticht.
"Dit is mijn oude kerkje", zegt mevrouw Corrie Dekker-Tierie (1929), "hierin ben ik grootgebracht. Mijn ouders woonden daar, twee huizen verderop in de Molenstraat." Binnen in de kerk wijst Corrie op de gebedsbankjes voor de kerkbanken. "Daar heb ik heel wat uren op doorgebracht." Aan weerszijden van het middenpad staan zeven kerkbanken die plaats bieden aan 56 gemeenteleden en aan het hoofdeinde bevindt zich het altaar voor de eucharistieviering. "Vanaf mijn tweede jaar ging ik ‘s zondags naar de kerk. Er was één dienst per zondag. De dienst verliep volgens strakke liturgische voorschriften en was heel eerbiedig. De vrouwen en meisjes droegen een hoed en de mannen een kostuum. Als de voorganger sprak was het muisstil, niemand kuchte en pepermuntjes of wat dan ook werden niet gegeten. Er werd mooi gezongen, de psalmen onberijmd en zonder orgel maar onder leiding van een vrouwelijke voorzanger. In de kerk werd voorgegaan door onder(sub)diakenen die geholpen werden door lekenhelpers. Mijn vader was daar een van. In de zogenaamde kerkkalender waren de te lezen schriftgedeelten vastgelegd. Vlak bij de ingang staat het offerblok, met daarin drie collectebussen voor de ‘offers', ‘tienden' en ‘armen'. Het geven van een tiende was niet verplicht, maar op grond van de bijbel werd dit wel gedaan. Een tiende was een tiende en dit werd door mijn ouders trouw nagekomen. Ik heb goede herinneringen aan deze kerk. Na mijn huwelijk in 1951 ben ik naar Zierikzee verhuisd en overgegaan naar de Hervormde Kerk. De overstap was niet gemakkelijk, maar de kleine gemeente was toen al sterk verouderd en voor jonge gezinnen lag er weinig toekomst. Vanaf de jaren zeventig werden er per jaar nog maar twee diensten gehouden en mijn man en ik gingen daar altijd graag naartoe."
"Na de dood van mijn man reed ik altijd met Jan van Westen mee naar Nieuwerkerk." Jan schuift aan bij het gesprek. Hij is zelf nooit lid geweest maar is een van de achterkleinkinderen van de oprichter van de Katholiek Apostolische Gemeente, Jan van der Have (1819-1909). "Mijn grootvader heeft een opmerkelijk kerkelijk leven gehad. Hij was getrouwd met Janna Hoogenboom en zij kregen veertien kinderen. In de Nederlands Hervormde Kerk te Nieuwerkerk laten zij hun eerste zes kinderen dopen. Rond 1850 sluit hij zich aan bij de Ledeboerianen in Sint-Philipsland. Deze bevindelijke gereformeerde gemeenten waren gevormd om de persoon en het werk van dominee L.G.C. Ledeboer (1808-1863). Hun zevende dochtertje, Marina, is door Ledeboer gedoopt. Hoewel hij negen jaar ouderling is bij de Ledeboerianen, sluit hij zich in 1865 aan bij de Vrije Evangelische Gemeente te Goes. Binnen deze gemeente speelt de persoon van ds. H.J. Budding een grote rol. Jan en de dominee hebben een hechte band, en hoewel de verbindingen tussen de eilanden in die tijd voor de nodige vertraging zorgen, bezoeken zij elkaar regelmatig. Hun jongste zoon wordt door Budding gedoopt. Ondanks deze vriendschap zet Jan zijn zoektocht naar de waarheid voort. Via de mosselschipper van de Berg uit Bruinisse, die regelmatig op Rotterdam vaart, komt hij in contact met het gedachtegoed van de opwekkingsbeweging uit Groot-Brittannië. Hij wordt er door gegrepen en is in 1873 een van de eerste leden van de Katholiek Apostolische Gemeente in Nieuwerkerk. Als kleermaker is hij in die tijd niet onvermogend, aan de Molenstraat staat een vervallen pakhuis dat hij verbouwt tot kerk. Na de inwijding van de kerk wordt hij tot diaken benoemd en anderhalf jaar ingewijd tot priester. Hij draagt dit ambt tot zijn overlijden op 31 december 1909."
"De kerk staat er nog steeds zo bij, maar helaas is het laatste praktiserende gemeentelid, de heer Jan Kik, in mei 2008 overleden", vertelt Corrie. "De gemeente is altijd klein geweest en nauw verbonden met bepaalde families." Corrie noemt een aantal familienamen op: "Sies, Nikerk, Van der Have, Kik, Tierie, Van de Berg, Van der Linde, Kooman en Stoutjesdijk schieten mij nu te binnen. De watersnood van 1953 heeft een gat geslagen in onze gemeente, zeker twaalf leden overleefden de ramp niet. Daarna is het snel bergafwaarts gegaan, in 2003 was het aantal leden geslonken tot twee." Het laatste gemeentelid is overleden, maar op het dorp wordt gezegd dat de kerk blijft bestaan tot op de jongste dag. "Ik hoop dat ook, want het was toch de kerk en het gedachtegoed van onze ouders en voorouders."