Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

De lofzangen van Zijn volk 12-02-08 | Sed auctor lorem sit amet purus

Verhaalafbeeldingen/Grote kerk Goes/kees v eersel 02Direct bij binnenkomst is het de heer Kees van Eersel (1944) duidelijk dat er een volslagen leek voor hem staat. Wij gaan met de trap naar boven en nemen plaats achter de klavieren van het orgel in de Grote of Maria Magdalenakerk van Goes. "Kijk," zegt hij, en dan gaan bijna alle registers letterlijk en figuurlijk open. "Een orgel is in wezen een blaasinstrument. Het brengt geluid voort doordat er lucht door pijpen wordt geblazen. Maar in plaats van dat de organist zelf de lucht door de pijpen moet blazen, komt de windvoorziening via een elektrisch aangedreven motor tot stand. Wanneer ik nu op een toets van een van de klavieren druk en er staat een register open, komt er lucht in de pijp en wordt er een bepaalde toon geproduceerd. De klank van die pijp hangt dus af van de vorm en de grootte. Ook het materiaal speelt een rol. De kerkganger of passant ziet alleen de pijpen in het front, maar veruit het merendeel bevindt zich in de kassen daarachter. In het orgel van Goes zijn drie verschillende kassen (de hoofdwerkkas herbergt ook het pijpwerk van het pedaal) waarin in totaal ruim 3300 pijpen opgesteld staan. De pijpen die eenzelfde soort klank voortbrengen noemen we een register of stem. Dit orgel heeft drieënveertig sprekende stemmen met allemaal hun eigen klank! De stemmen van het hoofdwerk zijn ondergebracht in de grootste van de twee zichtbare kassen, het rugwerk is het kleine orgelgedeelte daaronder, het echowerk staat achter het hoofdwerk en is niet zichtbaar, daarin bevindt zich het pijpwerk van het derde manuaal (handklavier). De grootste pijpen van het pedaal (voetklavier) staan ook achter het hoofdwerk opgesteld. Dit orgel bestaat dus eigenlijk uit vier verschillende orgels die via mechanieken aan elkaar gekoppeld kunnen worden."

Verhaalafbeeldingen/Grote kerk Goes/orgel02Boven het orgel hangt de zogeheten Turkse kap. Onder de paarse overhuiving hangen donkerroze barokdraperieën, uitgevoerd in beschilderd hout. Op de kap zitten links en rechts gegoudverfde musicerende engeltjes. De overkapping is in 1739 in Lodewijk XIV-stijl aangebracht, de beelden zijn gemaakt door de kunstenaar Jan de Quant. De Lodewijk XIV-stijl staat bekend als tamelijk zwaar, pompeus en symmetrisch. "Het huidige orgel is oorspronkelijk tussen 1641-1643 gebouwd door de uit Engeland afkomstige William Deakens. De middeleeuwse orgels waren bij de grote kerkbrand in 1618 verloren gegaan. In de loop van de tijd is het orgel door verschillende orgelbouwers aangepast en uitgebreid volgens de dan heersende mode. Eind jaren vijftig van de vorige eeuw was het binnenwerk versleten en was de stad Goes bereid bij de bouw van het nieuwe binnenwerk een derde manuaal met twaalf registers te financieren om zo een volwaardig concertorgel te creëren. Door inflatie en loon­rondes in die periode konden uiteindelijk in 1970 slechts acht stemmen verwezenlijkt worden. Het werk werd uitbesteed aan de vermaarde Deense orgelbouwer Marcussen. Na mijn aantreden in 1974 heb ik acties ondernomen om de ­ontbrekende vier stemmen van het bovenklavier alsnog te verwezenlijken. Met hulp van onder anderen de toenmalige commissaris van de koningin, wijlen dr. Boertien, die een groot orgelconcertliefhebber was, is het in een aantal fases gelukt. In 1985 voltooide de firma B.A.G. Orgelmakers het oorspronkelijke Marcussen-concept."

Kees van Eersel is zichtbaar trots op het orgel. "Het orgel is wat omvang betreft relatief klein, maar het 50 registers tellende Marcussen-instrument is van de provincie Zeeland het grootste en het meest veelzijdige orgel. Dit orgel past wel bij mij. Ik houd van verschillende stijlen en dit bijna symfonische orgel kan een veelheid van stijlen, zoals barok en romantiek, ten gehore brengen. Daardoor is het binnen Zeeland een uniek instrument. Zeeland heeft overigens geen geschiedenis van echt grote orgels. De steden waren en zijn daarvoor simpelweg te klein."

Verhaalafbeeldingen/Grote kerk Goes/orgel04"Komend jaar ben ik 50 jaar organist, waarvan 35 jaar als cantor-organist van de Grote of Maria Magdalenakerk, dan heb ik ook mijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt." Hij kan terugkijken op een succesvolle muzikale carrière. "Na mijn studie orgel en piano aan het Rotterdams Conservatorium heb ik mijn studie voortgezet aan de Schola Cantorum te Parijs." Na zijn benoeming te Goes studeerde hij nog kerk­muziek aan het Utrechts Conservatorium en beiaard aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort. "Sinds 1976 ben ik stadsbeiaardier van Zierikzee, een paar jaar later kreeg ik ook een aanstelling als stadsbeiaardier van Veere. Mijn werk als kerkmusicus neem ik serieus. Als kerkmusicus gaat mij het niet alleen om de vorm maar ook om de inhoud. De kerkdienst op zondag zie ik als een ontmoeting tussen God en zijn gemeente. Voor mij is dit heilig. Psalm 22 zegt dat ‘de Heer troont op de lofzangen van Zijn volk'. Tijdens de eredienst wil ik muziek ten gehore brengen die de Heer verheft. Het zingen van de gemeente en het orgelspel hebben een belangrijke functie binnen de liturgie. De keuze van de psalmen en de liederen gebeurt overigens meestal in overleg met de predikant, zo staat het ook omschreven in mijn arbeidsovereenkomst. De Maria Magdalena-cantorij, het koor dat ik kort na mijn aanstelling als organist heb opgericht, ondersteunt eveneens de zang tijdens de eredienst, of luistert die op. De cantorij zingt tijdens de zogeheten diensten van schrift en tafel, de christelijke feest- en gedenkdagen, bij vespers en kerkmuziekuitvoeringen."

"Mijn gedrevenheid als kerkmusicus wordt mij overigens niet altijd in dank afgenomen. Zo waait sinds enige tijd een heel scala van populistische liedjes de kerk binnen. Nu ben ik zelf niet bepaald gecharmeerd van de muzikale uitingen van de opwekkingsbewegingen omdat het voortvloeisels zijn van de amusementsmuziek en ook de inhoud van de teksten vind ik niet geschikt voor de eredienst. De teksten bezingen vaak het eigen vrome gemoed en verheffen daarmee de Heer niet. Daar wil ik dan ook wel eens bezwaar tegen maken. Maar gelukkig worden deze liederen in de Grote Kerk niet in een normale dienst gezongen."

"De gemeente kan mij niet zien, maar ik volg de dienst op de monitor naast de klavieren en er is een spiegel. Via een speakertje kan ik alles goed verstaan. Niettemin leidt een organist een tamelijk eenzaam bestaan en het is dan ook prettig af en toe eens te horen dat zijn werk gewaardeerd wordt."

terug naar overzicht
Voor deze site is Macromedia Flash Player nodig.

zoeken