2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
"Op 1 mei 1944 zou ik naar de eerste klas van de openbare school aan de Groene Poort in Oosterland gaan", zegt Rinus van Langeraad (1938) uit Hoofddorp. "Het was op 1 mei, vermoedelijk omdat in die tijd het schooljaar nog parallel liep aan het landbouwjaar. 1 Mei was de dag dat nogal wat landarbeiders wisselden van werkgever waaraan vaak een verhuizing gekoppeld was. Zo konden hun kinderen bij de start van het nieuwe schooljaar instromen op hun nieuwe school. Door de inundatie van Schouwen-Duiveland ging ik echter pas op 1 september 1945 naar school, bijna acht jaar oud. Ik woonde op een boerderij vijf kilometer buiten het dorp, ten oosten van Viane. Toen ik op school kwam kende ik geen enkel kind uit Oosterland. Vóór mijn schooltijd kwam ik eens per maand op het dorp om mijn haar te laten knippen door kapper Bal. Mijn vader was, met vijftig hectaren land, voor die tijd een grote boer en ook dit was uitzonderlijk. Daarbij kwam nog dat ik een introvert en verlegen kind was en dat wij één van de weinige buitenkerkelijke gezinnen waren in een overwegend christelijk dorp. Ik was een buitenstaander. Ook aan school moest ik heel erg wennen."
"Alle kinderen uit Oosterland en omgeving gingen naar die openbare school, het was de enige school van het dorp. De school had acht klassen en zes onderwijzers. In die tijd waren kinderen leerplichtig tot hun veertiende jaar. Zij die niet rond hun twaalfde doorstroomden naar het voortgezet onderwijs kregen nog twee jaar onderwijs op de lagere school. Onze onderwijzers kwamen, zeg maar, uit de school van Theo Thijssen. Stuk voor stuk waren het plattelandsjongens, die door hun meer dan gemiddelde intelligentie naar de normaalschool - de voorloper van de kweekschool - waren gegaan. Het waren socialisten, die naast de basisvakken als rekenen en taal, veel aan onze algemene vorming deden. Vooral de hoofdonderwijzer D. Kosten en de onderwijzer D. Istha zijn mij zeer bijgebleven. Het waren leerkrachten in hart en nieren, die ook buiten de school actief waren in het dorpsleven."
Die ene openbare school stond in schril contrast met de vele religieuze stromingen binnen Oosterland. De inwoners, die voor een groot deel tot de rechterflank van de gereformeerde gezindte behoorden, waren opgedeeld in verschillende richtingen. De hervormden kerkten in de prachtige, van oorsprong rooms-katholieke, Sint-Janskerk. Mannen en vrouwen zaten er nog gescheiden. De gereformeerden begaven zich op zondag, en sommigen ook nog op doordeweekse dagen, naar diverse locaties. Aan de Lange Achterweg was het gereformeerde ‘Kerkje van Rotte'. Waarschijnlijk vernoemd naar de familie Rotte, die een aanzienlijk deel van de populatie van dat godshuisje vormde. Verder was er ‘'t Oefeniengetje' aan het Groenendaal, waar de Oud-gereformeerde Gemeente kerkte en een kerk aan de Sint-Joostdijk waar de Gereformeerde Gemeente samenkwam. Keuze genoeg zou je denken, maar daarbuiten waren er nog gereformeerde groeperingen die huiskamerbijeenkomsten organiseerden omdat zij zich toch niet thuis voelden bij één van deze gezindten."
De jeugd van Oosterland had allerminst moeite met de vele religieuze stromingen. Nooit viel er door één van ons een onvertogen woord over de kerkelijke of niet-kerkelijke richting van de ander. Wat je wel of niet geloofde hield je voor je en de kerk was iets voor de zondag. In de week ging je samen naar de, neutrale, school en in de pauze speelde je samen op het schoolplein. Tussen de middag at ik mijn boterham op bij Adrie Boot en zijn vrouw. Hij was één van de timmerlieden van het dorp en was Nederlands-hervormd. Van dit laatste probeerden ze het een en ander op mij over te brengen. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren en het heeft bijgedragen aan mijn algemene vorming. Na schooltijd ging ik samen met andere kinderen naar de gymnastiekvereniging S(port) S(taalt) S(pieren) en naar de mandolineclub Excelsior. Door al deze zaken raakte ik na verloop van tijd aardig ingeburgerd."
"Aan deze eensgezindheid kwam een einde op 1 september 1950. Op die dag opende de Christelijke School op Gereformeerde Grondslag haar deuren. De bestaande school aan de Groene Poort werd letterlijk en figuurlijk door een muur in tweeën gedeeld. De tweedeling ging natuurlijk niet zonder slag of stoot. Over bijvoorbeeld de voordeur van de school, die precies in het midden stond, is veel strijd geleverd. De openbaren wonnen, aan hen werd deze deur toebedeeld, maar verder waren zij de grote verliezers. De openbare school werd teruggebracht van zes klassen naar drie combinatieklassen. Drie onderwijskrachten vertrokken en de hoofdonderwijzer is later met vervroegd pensioen gegaan. Op het schoolplein werd weliswaar geen visuele scheiding aangebracht, maar het schisma was vanaf die tijd ook daar merkbaar."
"Door mijn lagereschooljaren in Oosterland heb ik het vanzelfsprekend gevonden dat er mensen zijn met verschillende religieuze opvattingen. Na mijn middelbare schooltijd ben ik buiten Zeeland gaan studeren en in de Randstad gaan wonen. Ik kom nog regelmatig op Schouwen-Duiveland en als buitenstaander vind ik het altijd opvallend dat de Oosterlanders er, ondanks hun diversiteit, in geslaagd zijn om een evenwichtige gemeenschap te blijven vormen. Zij stellen zich verantwoordelijk en tolerant ten opzichte van elkaar op. Gezien de spanningen in de Nederlandse multiculturele samenleving en elders in de wereld, is dit voor mij een raadsel. Oosterland heeft ingezien dat eensgezindheid en tolerantie voor het dorp van levensbelang zijn. De Oosterlanders hebben een manier gevonden om dat in de praktijk te brengen. Oosterland is voor mij dan ook het voorbeeld van een goed functionerende multireligieuze gemeenschap. Of borrelt er onder de oppervlakte van deze harmonieuze samenleving onvrede? En ten koste van wat gaat dat dan? Maar dat is voer voor sociologen."