2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
De Kapel van Hoogelande staat op de kruising van de Hoogelandseweg en de Meinersweg, ten zuiden van Grijpskerke. Op die plaats werd in de twaalfde eeuw een kapel gesticht, gewijd aan Sint-Maarten. De stichtingsoorkonde, die het oudste archiefstuk in het Zeeuws Archief is, verwijst daarnaar. In een op perkament geschreven akte staat dat de inwoners van Hoogelande in 1189 van bisschop Baldwinus van Trajectum (Utrecht) toestemming krijgen om, los van de Middelburgse moederkerk, een eigen parochiekerk te stichten. Evenals veel andere kerken overleeft de kapel de Tachtigjarige Oorlog niet. Tijdens het beleg van Middelburg (1572-1574) wordt de kapel vrijwel geheel verwoest.
De kapel is sinds 1912 eigendom van de familie Hoegen en wordt beheerd door een familiestichting waarvan Nicole Brüggen-Hoegen (1943) de voorzitter is. "Sinds 1986 beheren wij de kapel", zegt Nicole. "Wij hebben drie jaar later de boerderij hiernaast betrokken en zijn in 2001 om diverse redenen terugverhuisd naar Amsterdam. Met de nieuwe eigenaars is toen overeengekomen dat we nog tien jaar mogen blijven wonen in de daarnaast gelegen schuur die door mijn vader al was omgebouwd tot expositieruimte en zomerverblijf. Hier verblijven wij geregeld, het gehele jaar door. In het begin maakten wij ook gebruik van de consistorie waarin een ontvangst- en toiletruimte zaten, nu dit is weggevallen wordt onze woonruimte als zodanig gebruikt. Mijn man heeft altijd heel trouw en zo goed mogelijk de kapel en het daaromheen gelegen terrein onderhouden. Nu wij ouder worden, is onze grootste zorg wie van de volgende generatie zich straks over de kapel zal willen ontfermen. We genieten van de kapel, maar soms ervaren we het gebouw als ons zorgenkind."
"Begin vorige eeuw kocht mijn grootvader Petrus Willem Marie Hoegen de heerlijkheid Hoogelande inclusief de ruïne van de kapel en de daarbij behorende rechten: het jacht-, vis- en begraafrecht. Eerlijk gezegd was het hem alleen maar om het jagen te doen want hij was een echt pedant heertje. Eenmaal eigenaar vernoemde hij zichzelf tot Hoegen van Hoogelande. In 1903 trouwde hij met mijn Engelse, joodse grootmoeder Eileen Davis. Haar moeder, Fanny Davis-Salomonson, stamde uit een Amsterdams, joods bankiersgeslacht dat in die tijd een vestiging in Middelburg had. Haar vader, mijn overgrootvader dus, was werkzaam bij deze bank. Na het huwelijk kocht mijn grootvader zich in bij het bankierskantoor van N.V. Hendrikse en Co. Ze raakten welgesteld en, volgens de verhalen van mijn ouders, toonde vooral mijn grootvader dit graag. Tot de Tweede Wereldoorlog woonde hij met zijn gezin van vier kinderen op de buitenplaats Vrederust in Serooskerke, nu Welgelegen geheten."
"Mijn grootouders van moeders kant, Van 't Hoff-Calou, lieten in de jaren twintig een vakantiehuis bouwen, boven op de duinen van Zoutelande. Op last van de Duitsers is dit in de Tweede Wereldoorlog afgebroken. Zo leerden mijn ouders elkaar al in 1928 in Zeeland kennen. In 1935 zijn zij als jong getrouwd stel in de binnenlanden van Java gaan wonen, mijn vader ging in dienst van mijn opa werken bij de Preanger Rubber Maatschappij. Op Java kregen zij hun eerste kind. Teruggekeerd bouwden mijn ouders een huis aan de Seissingel te Middelburg. Door de bombardementen in 1940 moesten ze met hun, inmiddels drie, kinderen naar Amsterdam uitwijken en daar ben ik als vierde kind in 1943 geboren. Mijn grootouders Hoegen vertrokken in 1940 naar Den Haag en zijn daar na de oorlog blijven wonen."
"Na de dood van mijn grootouders in 1960 erfde mijn vader de heerlijkheid. Met behulp van Monumentenzorg ontstond het plan tot restauratie, die voor het grootste deel betaald is uit de overgebleven donaties uit het fonds voor de watersnoodramp van 1953. In 1965, een maand voor de officiële opening door de toenmalige commissaris van de koningin, vond het eerste evenement in de kapel plaats. Dat was de doop van onze dochter Nathalja. Ook onze zoon en neefjes en nichtjes zijn hier gedoopt. Vanaf het begin hebben mijn ouders met veel enthousiasme talloze exposities, concerten en andere optredens georganiseerd. Er waren drukbezochte lezingen; zo genoot men van de lezingen en de dia's van de bioloog Ko de Korte uit Aagtekerke, die vertelde over zijn avontuurlijke reizen naar Paaseiland of Spitsbergen. Het publiek hing iedere keer weer aan zijn lippen. ‘s Zomers nodigden mijn ouders om de twee weken nieuwe kunstenaars uit; die verbleven en exposeerden hun werk in de consistorie of men huurde dit gebouwtje voor feestjes af en dan werd naderhand alle bestek en serviesgoed zorgvuldig geteld door Mina Groenenberg. Want ik moet niet vergeten te vermelden dat vanaf het begin tot 1989 de kapel en de consistorie heel trouw en secuur door het echtpaar Groenenberg zijn beheerd. Er waren ook kinderprogramma's zoals Circus Elleboog, Ria Bremer met Stuif-es-in en het fantastische optreden van Swiebertje. Daarnaast werd de kapel ook als trouwlocatie gebruikt. Vooral in het begin maakten gemengde of alternatieve stellen graag gebruik van dit romantische plekje. Het hoogtepunt van de culturele activiteiten lag wel tussen de jaren 1965 en 1980. Daarna kregen we concurrentie van andere organisaties en festivals op Walcheren."
"En zo zijn we alweer vele jaren met deze bijzondere plek vol historie verbonden; wij voelen ons dan ook méér dan half Zeeuws en hopen deze taak met z'n allen nog een hele tijd voort te kunnen zetten."