2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
Bram Manuputty (1962) is koorleider, dirigent van het kerkkoor Sion van de Geredja Indjili Maluku (GIM, de Moluks Evangelische Kerk), de Bethlehemkerk, in Middelburg. "Nou ja koorleider, dirigent, zijn grote woorden", zegt Bram bescheiden. "Ik heb geen muzikale opleiding gevolgd. Het koor heeft vooral veel te danken aan onze vorige dirigent, de heer Tuankotta. Hij is al op leeftijd en spreekt Maleis en daarom wil ik het gesprek wel doen, maar hij heeft het kerkkoor in 1968 opgericht. In 1982 behaalde het kerkkoor Sion onder zijn leiding de tweede plaats bij het landelijk concours, in het kader van het dertigjarig bestaan van de GIM. De heer Tuankotta is ruim veertig jaar kerkenraadslid geweest en zingt af en toe nog mee."
"De Geredja Indjili Maluku is een zelfstandige kerk in Nederland en verspreid over 64 plaatselijke gemeenten. De GIM heeft ongeveer 25.000 doopleden, waarvan 10.000 belijdende leden zijn. Dat wij een eigen kerk hebben, is historisch zo gegroeid. De Molukse kerk(geschiedenis) is nauw verweven met het koloniale verleden van Nederland. In 1951 kwamen de Molukkers in Nederland aan. Hun verblijf zou tijdelijk zijn. Om de nieuwe, tijdelijke, gemeenschap te structuren en van geestelijke zorg te voorzien, was er dringend behoefte aan het stichten van een eigen classis. De classis wilde deel uit maken van de moederkerk op Ambon, de Molukse Protestantse Kerk (Geredja Protestan Maluku, GPM). Maar, nadat de moederkerk in Indonesië haar leden noodgedwongen moest oproepen om de nieuwe Republiek Indonesia te erkennen, bekoelden de betrekkingen, en werd een zelfstandige kerk opgericht."Op de vraag ‘Waarin de GIM zich onderscheidt van de Nederlandse protestantse kerken', blijft het even stil. "Dat vind ik een lastige vraag. Inhoudelijk weet ik dat niet zo precies. Onze kerkdiensten zijn tweetalig. De dienst, de liturgie en preek zijn in het Maleis, de taal van het moederland. Soms wordt de preek vertaald, maar meestal wordt aan het einde van de dienst een korte samenvatting in het Nederlands gegeven. De eerste generatie spreekt nog voornamelijk Maleis, maar de vertalingen zijn nodig voor de ‘jongeren' van de tweede en derde generatie." De identiteit van de kerk komt verder naar voren als Bram het gemeenschapsleven schetst. "Hoewel minder dan vroeger, is het gemeenschapsleven nog steeds sterk aanwezig. Mijn ouders kregen in 1965 een huis toegewezen in de Stromenwijk, een wijk in Middelburg. Ik ben hier geboren en getogen en na ons huwelijk zijn wij hier blijven wonen. Wij wonen hier tussen familie, aanverwanten en vroegere dorpsbewoners van onze ouders. Maar wij zoeken ook onze verre familieleden op, die elders in Nederland wonen. Wij vinden het belangrijk dat onze negenjarige dochter al haar familie leert kennen. Thuis spreken we, naast het huis-tuin-en-keuken Maleis, gewoon Nederlands."
"Binnen onze kerken bestaat een echte koorcultuur. Iedere gemeente heeft een of meer ‘huiskoren'. Ons koor is voortgekomen uit de verschillende koren uit de barakkenkampen. Mijn ouders zijn begin jaren zestig van de vorige eeuw ondergebracht in het kamp Nadorst in Middelburg. Daar zong mijn vader in het mannenkoor en mijn moeder in het vrouwenkoor. Vroeger was dit nog gescheiden, maar toen de gemeente in de Bethlehemkerk ging kerken zijn de koren samengevoegd tot één gemengd koor. In de begintijd had het koor ongeveer 35 leden. Zelf ben ik bij het koor gegaan in 1987. Het koor wilde meedoen aan een concours, en toen dit door gebrek aan leden niet dreigde door te gaan, ben ik bijgesprongen. Het ledenaantal blijft een probleem. Ook in onze kerk loopt het ledenaantal terug. Momenteel bestaat het koor uit zeventien tot twintig leden, maar een aantal van de jongere leden studeert in de Randstad en komt elke zondag thuis. De repetities zijn daarom al verplaatst naar de zondag."
"De muzikale begeleiding van de kerkdiensten gebeurt door een orgel, maar vroeger ook door middel van een fluit- of blaasorkest. Ons koor zingt zonder instrumentale begeleiding, oftewel a capella. In de kerk zingen wij geestelijke liederen, in het Maleis. Veel van deze liederen zijn ontstaan in de kampen. Op de oude melodieën, die zij hadden meegenomen van de Molukse eilanden, werden door de ex-militairen nieuwe liedteksten gemaakt. In de kampen zaten zij werkloos toe te kijken en het maken van deze liederen moet voor hen een aangename daginvulling zijn geweest. Ik zie mijn vader de liederen nog uittikken op zijn typemachine en kom zijn ‘handschrift' nog regelmatig tegen. Wij zingen deze liederen nog steeds in de kerk. Daarnaast ook in het Maleis vertaalde Engelse en Nederlandse kerkliederen, zoals die van Johannes de Heer. Wij zingen alleen in onze eigen kerken en op uitnodiging van de Raad van Kerken en van andere protestante kerken van Middelburg."
"Gewoonlijk zingen wij één lied per zondag, maar tijdens de christelijke feestdagen laten wij meer van ons repertoire horen. Dit doen wij ook bij de vertroostingsdiensten. Dit is een kerkdienst die op de avond voor de uitvaartdienst wordt gevierd. De directe familieleden houden een avondwake bij de overledene, die in de kerk is opgebaard. Het woord zegt het al, deze diensten zijn bedoeld om te vertroosten, om troost te bieden aan de nabestaanden. Bijna iedereen die op de een of andere manier met de overledene is verbonden, is aanwezig in de kerk. De dienst wil de nabestaanden troosten en de liederen die wij zingen kunnen daarbij helpen. Het koor is een bindend element in de gemeente en daarmee in de Molukse gemeenschap. Zingen bevrijdt, maar de liederen zijn vooral bedoeld als een lofprijzing van de Heer. Komende zondag zingen wij het lied Hanja Didalam Tuhan, dit betekent ‘enkel door de Heer' en zo is het."