2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
Bij binnenkomst in de Zeeuwse Koorschool hoor je de jongens zingen. Vanuit het leslokaal klinken geoefende stemmen, in wat misschien nog het best omschreven kan worden als Engelse koorstijl. Om dit hoge niveau te bereiken is een bepaalde muzikale aanpak van een enthousiaste directeur en koordirigent nodig en een groep jongens die over de nodige discipline beschikt. "Wij oefenen hier drie keer per week," vertellen Mart Schuurman (1996) en Wijnand Post (1997). "Op dinsdag, donderdag en vrijdag repeteren wij van kwart voor vier tot vijf uur. Dinsdagavond eten wij op de koorschool en ‘s avonds repeteren de verschillende stemmen in kleine groepjes verder". "Ik ben mezzosopraan", zegt Wijnand, "maar op meerdere plaatsen inzetbaar en Mart is sopraan. Zondags repeteren wij weer van 9.45 tot 10.15 uur in de Heilige Maria Magdalena Kerk, naast de koorschool, en daarna zingen wij tijdens de mis. Wij zingen elke zondag, maar één keer per maand worden we ‘uitgeleend' aan een andere kerk." Hebben jullie naast het koor nog wel tijd voor school of andere takken van sport? Wijnand: "O ja zeker, wij zitten alle twee op het Pontescollege in Goes. Ik zit in de eerste klas van het tweetalige VWO en naast het koor doe ik aan reddingzwemmen, judo en volg ik pianoles." Mart zit op de leergang Technasium en voetbalt drie keer per week.
De Zeeuwse koorschool staat in een eeuwenoude traditie. Al vanaf het begin van het christendom wordt er zeer veel waarde gehecht aan de uitvoering van de zang in de eredienst. Jongensstemmen spelen daarbij een essentiële rol. Tijdens de middeleeuwen worden aan de kathedralen en hoofdkerken scholen opgericht, waar jongens worden opgeleid voor de kerkelijke zang. De Reformatie maakt een einde aan deze muziektraditie in de kerken. In de twintigste eeuw vindt een opleving plaats en worden in verschillende plaatsen opnieuw koorscholen opgericht. "De Zeeuwse koorschool is in 1954 opgericht door Evert Heijblok, de organist van de rooms-katholieke Maria Magdalena Kerk, vertelt Evert Wagter (1960). De oprichting wordt met scepsis ontvangen, een koorschool in Goes, dat zou nooit lukken en ze gaven de koordirigent precies twee weken om tot de realiteit terug te keren. Anno 2008 bestaat de school nog steeds en dit mag je wat mij betreft dan ook gerust ‘Het Mirakel van Goes' noemen."
Evert is sinds augustus 2007 de nieuwe directeur en koordirigent van de Zeeuwse koorschool. "Toen ik gevraagd werd door het bestuur, heb ik meteen ja gezegd. Landelijk gezien is deze koorschool een uniek muziekinstituut, een instelling die gekoesterd mag worden in Zeeland. Het is het enige koor in Nederland dat nog elke zondag in het Latijn de mis in de kerk zingt en een van de weinige koren dat nog volledig uit jongens bestaat. Het bestuur van de koorschool wil dit overigens graag zo houden. Overal om ons heen zien we dat de meisjes de jongens gaan overstemmen wanneer zij op jongenskoren worden toegelaten. Het unieke geluid van een jongenskoor verdwijnt daarmee. In de jaren tachtig van de vorige eeuw had ons koor nog zo'n negentig koorleden, nu is dat helaas teruggelopen tot dertig. De komende tijd willen wij actief nieuwe leden gaan werven. Lid worden van het koor is overigens niet vrijblijvend. Wij streven naar een hoog kwaliteitsniveau. Je hoort vaak zeggen dat de Engelse jongenskoren zo schitterend kunnen zingen. Dit kunnen wij in Nederland ook, maar het vraagt discipline en inzet. Zingen is topsport."Moet je van huis uit katholiek zijn om op het koor te mogen? "Nee, helemaal niet", zegt Wijnand. "In onze groep is een derde van de jongens protestants, een derde katholiek en een derde onkerkelijk. Ons repertoire bestaat uit geestelijke en wereldlijke liederen van de middeleeuwen tot en met hedendaagse composities. Mart is al vanaf zijn vijfde jaar op het koor en ik vanaf mijn zesde jaar. Wij zijn begonnen op het kleinkoor. Dit is een soort vooropleiding voor kinderen tussen de vijf en de zeven jaar, waar je stem wordt ontwikkeld. Als je stem een bepaalde kwaliteit heeft gekregen dan word je door de dirigent gevraagd voor het grootkoor. De meeste jongens blijven op het koor tot hun stem is gebroken." "Gelukkig is dat bij mij nog niet het geval", zegt Mart, "want ik zal de koorschool ontzettend missen. Het is niet alleen het zingen wat het zo leuk maakt maar het is ook heel gezellig en ontspannen. Wij kennen elkaar allemaal goed en in de pauze spelen wij buiten in de tuin of doen computerspelletjes die de school voor ons heeft aangeschaft. Wat ik ook leuk vind zijn de concertreizen die wij maken. Wij geven twintig concerten per jaar door heel Nederland. Eens in de twee jaar gaan we op kamp, hebben we een koorweekend in Duitsland en maken we een buitenlandse reis. Dit jaar zijn we op kamp geweest in Friesland en volgend jaar staat een reis door Litouwen op het programma. In het verleden is het koor in Rome geweest en zelfs in Amerika, maar daar waren wij helaas niet bij."
Wijnand: "Zingen is gewoon ontzettend leuk. Maar we zingen niet alleen, we geven ook muziekuitvoeringen met klokken. Dat heet bellringing. Bellringing komt uit Amerika en is vooral daar bekend en populair." Op de grond in het leslokaal staat een serie klokken van klein tot groot. "Ons koor kent tien bellringers en elke ringer bespeelt een aantal klokken met de hand." "De bediening van de klokken vraagt veel oefening", vult Evert aan. "Deze vorm van bellringing komt verder in Nederland niet voor, in de toekomst willen wij het dan ook meer onder de aandacht brengen."