2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
De Hervormde Kerk, die was ontstaan door de Reformatie, dreigt halverwege de zeventiende eeuw een volkskerk te worden met vervlakking van het geestelijke leven als gevolg. Als reactie daarop ontstaat een vroomheidsbeweging die bekend staat als de Nadere Reformatie. In Zeeland zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van deze stroming de predikanten Willem Teellinck, Godefrinus Udemans, Wilhelmus à Brakel, Abraham Hellenbroek en Bernardus Smytegelt. Deze zogenoemde ‘oudvaders' leggen direct na de Reformatie hun gedachten over bepaalde theologische zaken vast in preken en andere geschriften. Hun werk is nog steeds een inspiratiebron voor de bevindelijk gereformeerden. De heer Jan Kempeneers (1935) is grootgebracht met het erfgoed van dominee Smytegelt (1665-1739). Jan is van huis uit metselaar, maar nadat hij dit werk vervroegd moest neerleggen werkt hij als vrijwilliger bij het gemeentearchief. Zijn voorliefde voor geschiedenis heeft hij kunnen uiten in een viertal historische boeken over Sint-Philipsland.Op Sint-Philipsland wordt de naam Smytegelt uitgesproken als Smietegelt: Bernardus Smietegelt. Voordat hij van wal steekt kijkt Jan het geboortejaar van de predikant nog even na in een van zijn talrijke kerkgeschiedenisboeken. "Ja, hier heb ik het, Smytegelt wordt op 20 augustus 1665 te Goes geboren. Zijn vader, Marinus, is boekverkoper en samen met zijn vrouw Anna Lambregtsen staan zij bekend als godvruchtige echtelieden, een voorbeeld voor de samenleving. Bernardus wordt na zijn opleiding eerst predikant te Borssele, in 1692 vertrekt hij naar Goes en drie jaar later wordt hij dominee te Middelburg. In deze laatste standplaats zal hij veertig jaar preken." Dominee Smytegelt is een van de meest gelezen stichtelijke auteurs binnen de orthodox-protestantse kring en toch heeft hij zelf nooit iets gepubliceerd. "Ja, dat klopt. Na zijn dood zijn de preken en catechismusverklaringen uitgegeven. Dit dankzij Maria Boter, een godvruchtige vrouw die tijdens de dienst aantekeningen van de preken van de predikant maakte". Zijn bekendste werk is wel de bundel Het gekrookte riet, waarin 145 preken zijn gebundeld. Het totale aantal preken dat hij heeft nagelaten komt boven de 400 en nog steeds wordt er nieuw werk van hem gevonden.
Vroeger werd zijn werk nog gelezen in oud en statig Nederlands. Later worden zijn preken overgezet in een gemakkelijker lettertype en voorzien van leestekens. Mijn ouders waren lid van de Oud-Gereformeerde Kerk in de Achterstraat. Op zondag gingen wij twee, soms wel drie keer naar de kerk. Had de dominee een vrije zondag of was de gemeente vacant, dan werd in de middagdienst door een ouderling uit Des Christens eenige troost in leven en sterven, de catechismusverklaring van Smytegelt gelezen. In de overige diensten werd soms uit zijn werk, maar ook uit dat van andere oudvaders gelezen. In onze kringen wordt er veel waarde aan een goede uitleg van de preek gehecht. Wij zien het als een belangrijk middel tot opwekking van innerlijke vroomheid en bevordering van een godsvruchtige levenswandel. De preken van Smytegelt zijn nog steeds geliefd." Waarom? "Ze spreken de mensen in een eenvoudige en levendige stijl aan. Zijn preken zijn helder, meestal in drie hoofdzaken verdeeld. Na de verhandeling van zijn preek spreekt hij in de toepassing zijn luisteraars in de verschillende stadia van het leven liefderijk aan. Hij richt zich gewoonlijk eerst tot zijn onbekeerde medemens en spoort hem aan om niet langer te wachten om zich aan de Heere Jezus over te geven. Troostvol en oprecht spreekt hij daarna afzonderlijk de zwakken in het geloof, de meer gevorderden en de vromen op zijn eigen herkenbare manier toe."
"De kern van onze geloofsbeleving hangt samen met een specifieke visie op de bekering en de verhouding tussen God en mens. Om te komen tot bekering is het doorzoeken en doorgronden van je eigen gemoedsleven zeer belangrijk. Je moet eerst erkennen dat je zondig bent en deze zonde in al zijn zwaarte doorleven, alvorens te komen tot de echtheid van het geloof. De bekering of de ‘bevinding' is de ervaring van God in het persoonlijke leven. Geloven met alleen je verstand is niet genoeg, je moet voelen of ervaren dat God heeft ingegrepen in je leven en aan jou zijn liefde kenbaar heeft gemaakt, anders hoor je niet bij de bekeerden. Een van de belangrijkste zaken waar we als christen mee te maken hebben is de uitverkiezing. Een mens weet niet of hij tot de uitverkorenen behoort. Ik weet dat het een moeilijke materie is die voor veel buitenstaanders niet te bevatten is. Ook wij worstelen er vaak mee en sommigen van ons gaan er onder gebukt. Maar de preken van Smytegelt zijn opbeurend en troostrijk bedoeld. In Het gekrookte riet beschrijft hij in zijn preken ongeveer 300 kenmerken waaraan onzekere gemeenteleden, de zogenaamde ‘gekrookte rietjes', zich kunnen toetsen of zij werkelijk bekeerd zijn."Jan koestert het erfgoed van de oudvaders. "Dit is overigens iets anders dan alles maar goed vinden van wat er in de kerk is voorgevallen. De afbraak van de Oud-Gereformeerde Kerk, die zo'n vijftig jaar geleden is ingezet, heeft ons veel verdriet gedaan. Aanschaf van een televisietoestel, kort haar bij vrouwen, en mannen die zich sierden met baard of snor was voldoende voor een kerkenraad om kinderen van de heilige doop te weren. Een groot aantal leden heeft daarom de kerk verlaten." Kerkscheuringen? "Ze zijn dikwijls het gevolg van grimmig mensenwerk. Voor alle partijen is en blijft het pijnlijk. De laatste, na de fusie van de Protestantse Kerk in Nederland, was volgens mij onvermijdelijk." Zijn geloof in God, in Gods woord en in de geschriften van de oudvaders is overeind gebleven. "Wij zijn nu gastlid van de Gereformeerde Gemeente, maar 's avonds gaan we naar de Oud-Gereformeerde Gemeente Buiten Verband, waar de psalmen van Petrus Datheen nog worden gezongen. Onze twee zoons en nog twee vrouwelijke leden begeleiden daar om beurten de gemeentezang op het orgel. Het is voor ons een genot om de psalmen van deze oude dichter nog te mogen zingen."