Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

Het heilige poeder van de Sint-Baafskerk 12-02-08 | Sed auctor lorem sit amet purus

Verhaalafbeeldingen/Het heilige poeder van de Sint-Baafskerk/Dhr Ducheine"De Sint-Baafskerk in Aardenburg is de mooiste en grootste kerk in westelijk Zeeuws-Vlaanderen", zegt stadsgids Leo Ducheine (1939). De voormalige directeur van de rooms-katholieke basisscholen te Sluis en Aardenburg is goed op de hoogte van de geschiedenis van de kerk. Als voorzitter van huis-aan-huisblad De Sincfalbode schrijft hij regelmatig artikelen over zijn woonplaats Aardenburg en de gemeente Sluis. "De Sint-Baafs is niet altijd de grootste kerk van Aardenburg geweest, dat was de Onze Lieve Vrouwekerk die aan het einde van de Oude Kerkstraat net voorbij de huidige Bogaardstraat stond. Volgens overlevering is deze kerk in de zevende eeuw door Eligius gesticht. Het moet een enorm kerkgebouw zijn geweest met twee kloeke torens. Na de verovering van Aardenburg door prins Maurits in 1604 is de, door oorlogen en verkleining van de vestinggordel gehavende, Onze Lieve Vrouwekerk kerk afgebroken. De Sint-Baafskerk kwam in 1625 in protestantse handen."

"De Sint-Baafskerk staat op de plaats van een vroegere romaanse kerk die in het jaar 959 door monniken van de Sint-Baafsabdij te Gent is gesticht. Deze kerk, waarvan fragmenten nog zichtbaar zijn in de huidige kerk, brandt in 1202 af. Vrij snel wordt met de herbouw begonnen en wel in gotische stijl, volgens de variant die men aanduidt met de term ‘Scheldegotiek'. Kenmerkend voor deze stijl is onder andere de combinatie van romaanse en gotische stijlen, een triforium (omgang), drielichtvenster en de gelaagde Doornikse kalksteen waaruit de kerk is opgetrokken. Nergens in Nederland is deze bouwstijl zo duidelijk te herkennen als in dit kerkgebouw. Tijdens de restauratie midden vorige eeuw zijn er onder de vloer beschilderde grafkeldertjes ontdekt. Een aantal daarvan kan bovengronds bezichtigd worden. De naïeve beschilderingen van de grafkisten, vol met christelijke symbolen, vertellen ons iets over de religieuze beleving van de middeleeuwer. Aan het hoofdeinde wordt Christus aan het kruis afgebeeld en aan het voeteneinde Maria met het kindje Jezus. Leken worden met het hoofd naar het westen neer­gelegd en ‘kijken' in de richting van het oosten, het symbool voor het Licht. De geestelijken liggen met het hoofd naar het oosten. Zij waren de intermediairs tussen God en de wereld en waakten over het zielenheil van de parochianen. Maar niet alleen de grafkelders vertellen iets over de gedachtewereld van de middeleeuwer, ook de pestgleuven." Naast de hoofd- en naast een van de zij-ingangen zijn verticale gleuven ingekrast. Wie dichterbij komt, ontdekt verschillende gleuven in de muur. Elk met een diepte en doorsnede van ongeveer één tot anderhalve centimeter en variërend in lengte van tien tot twintig centimeter.

Verhaalafbeeldingen/Het heilige poeder van de Sint-Baafskerk/Pestgleuven detailEuropa wordt in de dertiende en veertiende eeuw geteisterd door opeenvolgende pestepidemieën. De opkomst van de pest, ook wel ‘zwarte dood' genaamd, hangt nauw samen met de verstedelijking, die in deze periode geleidelijk aan op gang komt. De pest is een infectie die wordt veroorzaakt door de bacterie ‘yersinia pestis'. Deze infectie komt ook voor bij bepaalde knaagdieren, zoals ratten. De toenemende urbanisatie zorgt voor een sterke stijging van besmette ratten die afkomen op menselijke uitwerpselen en afval. Als ratten sterven, kunnen de vlooien overspringen op de mens en zich volzuigen met bloed. Wie eenmaal besmet raakt, overleeft de ziekte slechts in minder dan de helft van de gevallen. Berucht zijn de epidemieën tussen 1350-1400, waarbij waarschijnlijk dertig tot veertig procent van de totale Europese bevolking omkomt. In Nederland komen pestepidemieën tot in de zeventiende eeuw regelmatig voor. "De pest creëert een enorme angst onder de bevolking. Men heeft geen idee waar het vandaan komt. Ligt het aan het water? Is de lucht besmet? Zijn de waterputten door de joden vergiftigd of is het de vloek van God?"

Meestal werd de pest gezien als straf van God. De mens is zondig en dient te worden gestraft. De middeleeuwers hadden nog nooit van bacteriën of infecties gehoord en dachten dat de pest op willekeurige manier slacht­offers maakte. Zij zagen het als pijlen van boogschutters, die door de engelen op mensen werden afgeschoten. De beste bescherming daartegen was vrede sluiten met God. Gedurende de pestepidemieën organiseert men in Aardenburg processies waarbij heiligen tegen besmettelijke ziekten worden aangeroepen. De belangrijkste pestheiligen zijn Antonius Abt, Christoffel, Rochus en Sebastianus. Zij zouden de dodelijke pijlen van de engelen kunnen tegenhouden." Ook zoekt men zijn heil in de volksgeneeskunst. In de middeleeuwen zijn er nog geen medicijnen tegen de pest, maar in de kloostertuinen groeien wel allerlei soorten planten en kruiden waaraan een bepaalde geneeskrachtige werking wordt toebedacht. Vooral bloemen en planten die vernoemd zijn naar een zekere heilige zouden bescherming bieden tegen de zwarte dood. Zo worden de Teunisbloem en de Brunella aan de Heilige Anthonius opgedragen. De Brunella is in ons land ook bekend onder de namen Godsheil en Godswonderkind.

Verhaalafbeeldingen/Het heilige poeder van de Sint-Baafskerk/Pestgleuven detail 2"Maar tegen de pest blijkt geen kruid opgewassen. Een ander beproefd middel was het zogenaamde heilige poeder. Dit poeder werd onder andere gemaakt van de gemalen ­beenderen van heiligen. Dit klinkt misschien luguber, maar bedenk wel dat ook in onze huidige voedingsindustrie gemalen beenderen van dieren worden gebruikt. Als heilige beenderen niet voorhanden waren, werd er soms met een scherp voorwerp kalk of steen van grafstenen of kerken geschraapt en vermalen tot poeder. Graven, en vooral kerken waren aan God gewijd en met wierook en water door de bisschop gezegend en daardoor heilig. Het poeder kon drinkbaar gemaakt worden door er water aan toe te voegen. Soms voegde men er ook olie aan toe zodat een zalfachtige substantie ontstond, waarmee men het lichaam insmeerde. De Sint-Baafskerk is opgetrokken uit Doornikse steen, het is een kalksteen waar vrij gemakkelijk in te krassen valt." Als je de gleuven ziet dan voel je bijna de wanhoop en de doodsangst van die mensen. Maar hoe stond de kerk tegenover deze gewoonte? "Dat weten we niet, maar in die tijd is de volksgeneeskunst nog sterk met religie vermengd. Waarschijnlijk werd het dan ook oogluikend toegestaan. Elk ‘heilig' middel werd aangewend om de dood buiten de deur te houden."

terug naar overzicht
Voor deze site is Macromedia Flash Player nodig.

zoeken