2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
Waar eens het klooster Sion lag, ligt nu het gehucht Schuddebeurs middenin het groen op het voor de rest zo vlakke Schouwen-Duiveland. Ook nu nog is het een oase van rust. In de zeventiende en achttiende eeuw bouwen regenten uit Zierikzee hier hun buitenplaatsen. Namen als Heesterlust, Buytensorge, Rustenburgh en Zorgvliet weerspiegelen het verlangen van de toenmalige stadsbewoners naar rust en verpozing. Jhr. drs. David Meinard Schorer (1933) heeft zich na zijn pensionering uit de buitenlandse dienst samen met zijn vrouw teruggetrokken op Mon Plaisir, dat al sinds 1860 in de familie is. Meer dan dertig jaar vertegenwoordigde hij Nederland in het buitenland, met als laatste standplaats Rabat (Marokko), waar hij vijf jaar als ambassadeur actief was. "Een prachtig land met een boeiende geschiedenis." Nu zet hij zich in voor de regionale geschiedenis. Wat hem vooral zo boeit aan het klooster Sion is het Europese netwerk waarvan het klooster deel uitmaakte en het godsdienstige elan dat uit de oprichting sprak.
Zeeland is van de twaalfde tot het midden van de zestiende eeuw bezaaid met kloosters. In 1434 sticht Jan Lievensz. van Zierikzee samen met zijn vrouw Dierewij van Zijl een Karthuizer klooster in Noordgouwe. "De orde van de Karthuizers is in de elfde eeuw gesticht door de later heilig verklaarde Bruno van Keulen (circa 1032-1101). Na zijn aftreden als bisschop van Reims levert hij felle kritiek op de hoge geestelijkheid wier levenswandel hij te werelds vindt. In 1084 trekt hij zich met zes broeders terug in het Chartreuse gebergte ten noorden van Grenoble. Daar legt hij de grondslag voor de monnikenorde der Karthuizers die gebaseerd is op contemplatie, arbeid en zwijgzaamheid. De kloosters worden bij voorkeur gesticht in afgelegen, bosrijke gebieden, maar niet te ver van een grote stad. Persoonlijke eenzaamheid en ascese zijn de belangrijkste elementen van het geestelijke bestaan. In plaats van een cel heeft elke monnik een eigen huisje. In de Grande Chartreuse bij Grenoble, het moederklooster dat aan het hoofd van de orde staat, kun je dat nog goed zien. Ik heb dit klooster een paar jaar geleden bezocht en daar zie je die kleine eenpersoons huisjes met elk een eigen tuintje keurig op een rij. De huisjes zijn door een kruisgang verbonden met de centrale kloostergebouwen. De dagindeling van de Karthuizers bestaat uit gebed, studie en arbeid. De kloosters voorzien in hun eigen onderhoud en verdienen hun inkomsten uit allerlei vormen van arbeid en nijverheid."
De orde verspreidt zich eerst over Europa en later ook over de andere werelddelen. Vanaf begin veertiende eeuw stichten rijke adellijke families en burgers 22 Karthuizer kloosters in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Daarvan is het klooster Sion één van de laatste. "Over dit klooster in Noordgouwe is weinig bekend. Wat we weten is dat het gebouwd werd middenin de polder in de afgelegen bossen aan wat nu de Kloosterweg is. Op een zestiende-eeuwse prent zijn de gebouwen en landerijen getekend binnen een ringmuur, die circa duizend meter in omtrek moet zijn geweest. In de tekst onder de prent staat dat het klooster alleen al in de heerlijkheid Noordgouwe 259 gemet (108 hectare) land in eigendom heeft. Vermoedelijk zijn de kloosterlingen actief in land-, tuin- en bosbouw. Zierikzee is in die tijd een rijke handelsstad. Hout is nodig voor de huizenbouw, de bereiding van voedsel en het verwarmen van de huizen."
Na een voorspoedig begin in de vijftiende eeuw keert het tij. In 1530 breken de dijken van de Sint-Jeroenspolder door en overstroomt het gebied. Goederen moeten worden verkocht om de verliezen te compenseren. Een aantal monniken wordt naar kloosters elders gestuurd, maar keert in 1533 terug. In 1575 volgt het beleg van Zierikzee door de Spanjaarden onder leiding van Mondragon. Dit beleg leidt het volgende jaar tot de overgave van de stad. Na het vertrek van de koninklijke Spaanse troepen komt de stad in handen van de Staatse troepen. Het klooster wordt ingenomen en verwoest. De schade moet enorm zijn geweest, want de laatste prior, Nicolaas Huart (1577-1578), kan enkel vaststellen dat het klooster niet meer op te bouwen is en rijp is voor de sloop. Het puin wordt gebruikt in de zeewering van Dreischor, terwijl de marmeren voorkant van het altaar na veel omzwervingen in de collectie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen belandt. Een bijbel van het klooster Sion bevindt zich tegenwoordig in de Zeeuwse Bibliotheek."
Het klooster moet hebben gestaan op de landbouwgrond van boerderij Zandvliet. Agrariër de heer Jan den Boer leidt ons rond. Hij vertelt: "Op sommige plaatsen zit de grond zo vol leisteen - afkomstig van het dak van de kloosterkerk - dat aan de aardappelband een extra mannetje nodig is." En inderdaad, de grond ziet er grijs van. "Een klooster op je grond is eerder een last dan een lust. Tijdens het ploegen stuiten we regelmatig op brokken baksteen. Bij de verbreding van de Kloosterweg in de jaren zestig zijn de dampalen van de oprijlaan vrijgekomen en door een oplettende voorbijganger uit de afvalhoop gevist." Deze palen vormen samen een grafsteen die volgens de heer Schorer afkomstig moet zijn van de begraafplaats die binnen de ringmuur lag. "De twee delen zijn overgebracht naar de kerk in Noordgouwe en naast de ingang neergelegd. Samen met anderen heb ik getracht het grafschrift te ontcijferen. Zonder te pretenderen dat dit nu de definitieve uitkomst is, meen ik dat er moet staan:
"Noch leyt hyer begraven
Pieter Willem Luit
Sterf de IV Julius
Anno MDLXV".
Omdat 1565 het laatste jaar was van het kloosterleven - in het najaar van 1566 woedde de Beeldenstorm - is het mogelijk dat dit de laatste Karthuizer is geweest voor wiens graf een steen is gehouwen."