2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
Aan de Weststraat in Aardenburg staat tussen een rijtje woonhuizen het kerkgebouw van de Doopsgezinde Gemeente. Het is een onopvallend gebouw, alleen door het torentje dat boven een poort tussen de woonhuizen is geplaatst onderscheidt het zich als kerkgebouw. "Het kerkgebouw ligt zo verscholen, omdat het een voormalige schuilkerk is", vertelt dominee Leuny de Kam (1956). "Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1604, verovert Prins Maurits Aardenburg op de Spanjaarden. Protestanten en doopsgezinden vluchten vanuit de Spaanse gebieden naar Aardenburg. Eerst komt de gemeente samen in een boerderij in de Biezenpolder. Maar ook daar blijken ze niet veilig voor de aanvallen van de Spanjaarden, die hen vanaf de grens bestoken. In 1634 vragen ze aan het stadsbestuur of zij een gemeente mogen stichten binnen de stadswallen. Schoorvoetend wordt dit toegestaan, mits zij rekening houden met de gevoelens van de protestanten. Aan de Weststraat wordt achter het woonhuis ‘Het Lam' de schuur opgeknapt en ingericht als kerkgebouw. Bij een grondige restauratie in 1793 trekt men het woonhuis bij de schuur en wordt een replica van de gevelsteen ‘Het Lam' boven de ingang van de kerkzaal geplaatst."
"Al vier eeuwen komt de Doopsgezinde Gemeente in ‘Het Lam' samen. De gemeente telt nu nog zo'n veertig leden, het is een kleine, maar hechte groep", zegt Leuny. "Sinds januari 2007 ben ik predikant van deze gemeente. Zo vanzelfsprekend was dit niet, want toen ik gevraagd werd was ik geen lid van een Doopsgezinde Gemeente. Ik ben grootgebracht in de Gereformeerde Gemeente van Oostkapelle. Van daaruit ben ik een lange weg gegaan. Al op jonge leeftijd twijfelde ik aan de leer en dogma's van mijn kerk. Na mijn opleiding als Z-verpleegkundige bracht mijn zoektocht mij naar de Gemeenschap van Taizé in Frankrijk, dit is een internationale oecumenische kloostergemeenschap. Daar ben ik een jaar geweest, voor mij was dit een jaar van ontmoeting en bezinning. Het gemeenschapsgevoel en de werkwijze van de broeders spraken mij zeer aan. Na dat jaar heb ik gewerkt in en gereisd door Engeland en Israël. In Israël werkte ik in een Arabisch kindertehuis. Eenmaal terug in Nederland wilde ik theologie gaan studeren, maar mijn vooropleiding, MAVO, sloot daar niet op aan. Ik kom uit een groot gezin en niet elk kind kon zomaar studeren. Rechtstreeks naar de universiteit lukte dus niet en daarom ben ik eerst naar het seminarie in Antwerpen gegaan om de priesteropleiding te volgen. Aan de Sociale Academie te Ede heb ik tegelijkertijd mijn propedeuse gehaald, en met deze vooropleiding werd ik toegelaten tot de theologische faculteit in Brussel. Al met al heb ik tien jaar in Brussel gestudeerd. In die tijd heb ik mijn man ontmoet en zijn onze twee kinderen geboren. Philippe, die ook theoloog is, werd na zijn studie beroepen in Menen, vlak onder Kortrijk, op de Belgisch-Franse grens. Na vijf jaar verlangde ik heel sterk terug naar Zeeland. In Vlaanderen voelde ik toch ‘dat je niet van hier bent' en toen Philippe in Oostburg werd beroepen zijn wij definitief teruggekeerd."
"Twee jaar geleden kreeg ik het verzoek van de Doopsgezinde Gemeente of ik pastoraal werk voor hen wilde doen. De gemeente was vacant en er was plaats voor een nieuwe predikant. Een paar maanden later ben ik gevraagd om de taak van predikant op mij te nemen. Ik voel een sterke binding met het gedachtegoed en de geloofsbeleving van de doopsgezinden en heb dan ook niet lang hoeven twijfelen, voordat ik volmondig ja zei. Ik ben aangenomen op voorwaarden dat ik nog drie kerkelijke tentamens zou doen in de doopsgezinde traditie (kerkgeschiedenis). Nu zit ik middenin de kerkgeschiedenis en ik geniet er met volle teugen van. Doopsgezinden, of zoals ze vroeger werden genoemd ‘dopersen' of ‘mennisten', zijn geestverwanten van de Friese kerkhervormer Menno Simons (1496-1561). De naam heeft te maken met hun specifieke kijk op de doop. In plaats van kinderen op zeer jonge leeftijd te laten dopen, kennen zij slechts de volwassendoop op vrijwillige basis. Als iemand zich wil laten dopen schrijft hij of zij eerst een belijdenis. Deze is dus niet gebaseerd op formulieren of leerregels, zoals dat gebruikelijk is in de andere protestantse kerken, maar op de beleving van elk nieuw gemeentelid. Een ander belangrijke karaktertrek van de doopsgezinden is dat zij militaire dienst en het dragen van wapens afwijzen en dit doen zij tot op de dag van vandaag."Een tekst op een spreukbord in de consistorie geeft ons gedachtegoed eigenlijk goed weer: ‘Dopen wat mondig is. Spreken dat bondig is. Vrij in 't christelijke geloven. Daden gaan woorden te boven'. Ook de laatste zin spreekt mij zeer aan. De kerkhervormer Maarten Luther zei dat wij alleen door het geloof gerechtvaardigd worden. Menno Simons voegde daaraan toe dat je het geloof ook moet kunnen zien door de daden. Relatief veel doopsgezinden zijn dan ook actief, bijvoorbeeld binnen de vredesbeweging of het vluchtelingenwerk. Daden zijn binnen onze kring belangrijk en het lammetje met de rode oortjes dat achter in de kerk aan het plafond hangt, ziet daarop toe. Maar ook in onze dienst willen wij elkaar op onze daden wijzen. Een kerkgebouw draagt bij ons de naam ‘Vermaning'. Vermaning verwijst naar tucht, naar corrigerend optreden. Ik zal het proberen duidelijk te maken met een voorbeeld. Dit jaar is ons kerkelijk thema ‘aandachtig leven'; deze twee woorden willen benadrukken dat wij stil moeten staan bij de dingen en mensen om ons heen en waar nodig tot daden moeten overgaan. Aan het einde van mijn preek kijk ik altijd naar het lammetje achter in de kerk. Heb ik het weten te boeien, heeft het zijn rode oren behouden? Natuurlijk is het lammetje maar een stijlfiguur, maar zijn toeziend oog houdt mij en de gemeente bij de leest."