2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
Tijdens de Nederlandse Opstand (1568-1648, ook wel bekend als de Tachtigjarige Oorlog) krijgt prins Willem van Oranje in 1575 de overblijfselen van het Hof te Zande in Oost-Zeeuws-Vlaanderen als schadeloosstelling toegewezen. Dit bezit bestaat uit moestuinen, herenhuis, kapel en bijgebouwen en is in de twaalfde eeuw in opdracht van de Abdij ten Duinen als uithof gebouwd om het groeiende aantal kloosterlingen van voedsel te voorzien. Een jaar eerder hebben de Vlissingse Watergeuzen flink huis gehouden. De monniken worden op gruwelijke wijze om het leven gebracht en de gebouwen in brand gestoken. De kapel wordt vernield en de altaarsteen, waaronder de relieken lagen, ontheiligd door deze als deurmat te gebruiken. In 1609 wordt de kapel herbouwd en krijgen de hervormden het voor hun eredienst toegewezen. Het kerkje staat midden op het kroondomein, en wordt de laatste 140 jaar beheerd door vier generaties Collot d'Escury.
"Mijn overgrootvader wordt in 1867 door koning Willem III als rentmeester van het kroondomein te Kloosterzande aangesteld", vertelt André baron Collot d'Escury. "Een jaar later wordt hij ook tot burgemeester van Hontenisse benoemd. Een dubbele functie, iets wat in deze tijd niet meer zou kunnen." De baron is de vierde rentmeester Collot d'Escury. Samen met zijn vrouw woont hij in de voormalige pastorie in Hoek en Bosch net onder Kloosterzande. Een mooi, statig huis dat herinneringen oproept aan de burgemeesterswoning in de televisieserie Swiebertje. "Het rentmeesterschap heb ik met veel plezier vervuld. Zelf had ik ook een boerderij, net buiten het kroondomein, dus de pachters wisten waar ik over praatte. In 1973 is het kroondomein als staatsdomein ondergebracht in de dienst Domeinen te Breda. Als ambtenaar ging ik toen enkele keren per week op en neer naar Breda." Naast zijn werkzaamheden was hij als gemeenteraadslid, dijkgraaf en bestuurslid van de Coöperatieve SuikerUnie in Sas van Gent actief. "Deze suikerfabriek was de eerste coöperatieve in Nederland en is op initiatief van mijn grootvader in 1899 opgericht."Collot d'Escury is een bekend hugenotengeslacht. In 1685 vluchten Daniël Collot d'Escury en zijn vrouw Anne Catherine met hun vier kinderen van hun landgoed La Touche in Midden-Frankrijk. Via Zwitserland komen ze een paar maanden later in de Republiek aan. Door het huwelijk van hun zoon Henri wordt de familie opgenomen in de adelstand. "Ik ben hervormd en net als mijn voorouders lid van de Nederlands Hervormde Kerk te Kloosterzande." Hij voelt zich met het kerkje verbonden. "Toen ik kind was, woonden wij in het houten huis net op de grens van het kerkerf. Dat was ons speelterrein en als we de sleutel van de kerk te pakken kregen, dan betrokken we de kerk erbij. We klommen naar de zolder op zoek naar avontuur. Midden in de oorlog ben ik eens vreselijk geschrokken. Toen ik het zolderluik opende, keek ik midden in de verschrikte gezichten van Engelse piloten die daar zaten ondergedoken. Ik heb het nooit aan mijn vader verteld, maar ik weet dat hij er iets mee te maken had. Rond de kerk bouwden we loopgraven en speelden we ‘oorlogje'.
Na de bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen werden Engelse troepen in de omgeving van de kerk gelegerd, zij verzorgden de bevoorrading van de RAF. Tijdens het Ardennenoffensief gebruikten zij nog onze loopgraven. Wij hadden dan ook een knap staaltje werk geleverd. Toen de soldaten begin 1945 vertrokken, zamelden ze 150 gulden in, als dank voor de genoten gastvrijheid; dit geld moest ten goede van de eredienst komen. De kerkenraad heeft er een houten doopvont van laten vervaardigen, dat nu vóór in de kerk staat." In de inscriptie op de voet van het doopvont staat gegraveerd: ‘To the glory of God'."Vroeger was het gebruikelijk dat adellijke families een eigen kerkbank als privilege in de kerk hadden. De kerkbank van de familie Collot d'Escury staat op een verhoging, haaks ten opzichte van de preekstoel, tegenover de bank van de kerkenraad. "Als wij naar de kerk gaan dan zitten wij daar." De bank bestaat uit een heren- en een damesbank en beschikt over heel wat meer beenruimte dan de banken tegenover de preekstoel waar de overige kerkgangers zitten. Zelf bekleedt hij geen functie in de kerk, maar zijn grootvader was kerkvoogd en zijn vader penningmeester van de kerk. "Ik herinner mij nog dat het niet altijd koek en ei was tussen vader en de dominee. Na de oorlog kregen we een linkse dominee. Hij misbruikte de kansel met zijn opruiende praat over de Oranjes. Vader was daar natuurlijk niet van gediend en probeerde op allerlei manieren de kerkgang van de man te belemmeren. Hij blokkeerde het kerkpad met houten palen en de bruggetjes over de gracht met prikkeldraad. De ruzie liep hoog op en wij als kinderen waren voor lange tijd gevrijwaard van de kerkdienst. Hoe het is afgelopen? Dat weet ik niet, maar op een gegeven moment is de dominee elders beroepen."
Begin 2008 is de baron gevraagd om zitting te nemen in het comité van aanbeveling van de nieuwe stichting KIK (Kerk in Klooster). De stichting wil in de kerk meer publieksgerichte activiteiten stimuleren en heeft daarvoor allerlei evenementen op het programma staan. Zo wil ze met een expositie de geschiedenis van de kerk belichten. De herinneringen en het kerkarchief van de heer Collot d'Escury zullen daaraan een extra cachet geven.
† Op 17 juni 2008, kort na de totstandkoming van dit verhaal, is André baron Collot d'Escury overleden.