2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
De Angelsaksische monnik Willibrordus (658-739) is een van de bekendste predikers uit de Nederlandse geschiedenis. Rond het jaar 700 stak hij vanuit Engeland over om de heidenen hier te kerstenen. Het verhaal gaat dat Willibrordus iedereen in het gebied van het huidige Zeeland tot Oost-Friesland en landinwaarts tot aan Utrecht en Wijk bij Duurstede tot het christendom bekeerde. Maar zo eenvoudig lieten de toenmalige inwoners zich niet kerstenen. Dit blijkt wel uit de moord op Bonifacius, die in het jaar 754, samen met zijn 52 metgezellen, door ‘heidense' Friezen te Dokkum werd vermoord. De ‘heidenen' waren gehecht aan hun goden en dulden daarop geen inmenging van buitenaf. Volgens de huidige geschiedschrijving is de kerstening van Nederland dan ook een geleidelijk proces van eeuwen geweest en zou de kerk zijn meer definitieve positie pas rond 1000 na Christus hebben ingenomen. Er staat wel een Willibrordusput in Zoutelande, een put die de heilige zelf met zijn staf zou hebben geslagen en die volgens de legende geneeskrachtig water zou bevatten.
"Het kan best zo zijn dat Willibrordus op Walcheren is geweest", zegt de heer Ko Stroo (1919). "Walcheren lag in die tijd dichtbij de handelsroute naar Engeland. Maar dat de put door Willibrord met zijn staf is geslagen zal wel een van de vele fabelen zijn geweest, die verzonnen zijn door belanghebbenden om het feit in eigen voordeel aannemelijker te maken. Misschien heeft Willibrordus wel een zoetwaterbron gevonden. Hij was een geleerde monnik en zij wisten uit ervaring waar ze zoet water konden vinden. Later kunnen de inwoners er dan een put omheen hebben gebouwd. Het verhaal gaat dat er drie of vier verschillende putten zijn geweest. Maar waar de eerste put precies heeft gestaan, is niet duidelijk. De put die er nu staat is gebouwd in 1981 en is een replica van de vorige. Hij staat tegenover de kerk in het centrum van Zoutelande. Ik heb nog op de markt gestaan om er geld voor in te zamelen. De dorpsbewoners konden voor tien gulden een steen van de nieuwe put adopteren. Daarvoor in de plaats werd het certificaat Willibrordusput uitgereikt. Ik heb er zelf ook één en daarop staat dat ik eigenaar ben van steen nummer 563."
Ko Stroo wordt wel het ‘geheugen' van Zoutelande genoemd. Van zijn kennis over het wel en wee van Zoutelande wordt door de bewoners nog graag gebruik gemaakt. "Ik ken de meeste families wel en de daarbij behorende verhalen. Ik woon nu in zorgcentrum SIMNIA te Domburg, maar ik ben geboren en getogen in Zoutelande. Alleen tussen 1939 en 1948 ben ik daar, met tussenpozen, weggeweest. Bij het leger had ik een contract getekend voor zes jaar. Op dinsdag 15 april 1939 moest ik mij als dienstplichtige voor de zogenaamde eerste oefening melden bij het tweede regiment van de infanterie in de Korenmarktkazerne in Bergen op Zoom. Mijn oudste broer werd op dezelfde dag opgeroepen ter versterking van de grensbewaking. Op 20 februari 1940 ben ik van dienstplichtig militair bij de landmacht overgestapt naar vrijwillig beroepsmilitair van het Korps Mariniers. De Tweede Wereldoorlog heb ik van dichtbij meegemaakt. Toen ik in de meidagen van 1940 de wacht liep voor de kazerne in Rotterdam zag ik de Duitse watervliegtuigen landen bij de Willemsbrug. Na de bombardementen op Rotterdam en de daarop volgende capitulatie ben ik in 1943 als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. Door de oorlogen in de afgelopen eeuw heb ik heel wat van de wereld gezien. Na de bevrijding van Nederland werd mijn contract verplicht verlengd omdat Amerika nog in oorlog was met Japan. Ik was net getrouwd, maar moest mijn opleiding noodgedwongen voortzetten in Camp David in de Amerikaanse staat Noord-Carolina. Toen door de atoombom de oorlog was beëindigd konden wij, als mariniers, door naar Indonesië, waar de onafhankelijkheidsstrijd was uitgebroken. Ja, zo ging dat in die tijd. Na vier jaar strijd in Indonesië ben ik in 1948 weer teruggekeerd naar Zoutelande."
"Maar terug naar het verhaal over de put. De vorige Willibrordusput lag tot 1945 in het zand aan de voet van de duinen, alleen de voorzijde en het dak staken daarbuiten. Na de oorlog is bij het opruimen van de versperringen van de Duitsers de put uitgegraven. Maar dat was van korte duur, want na de Watersnoodramp moest de put worden afgebroken, omdat de zeewering versterkt moest worden. Het water in de oude was niet geneeskrachtig. Ik weet dat boven de put een bordje hing met de tekst: ‘ongeschikt voor drinkwater, tenzij gekookt'. Bij hoog water werd de druk van het diepere zoute grondwater zodanig verhoogd dat de daarboven aanwezige zoetwaterlaag omhoog werd gedrukt. Ik weet niet of er ooit zeewater in de put heeft gestaan. Maar drinkwater was het niet. Het werd vooral gebruikt om de straten mee te schrobben."
In de voormalige Willibrordkerk van Westkapelle vereerden pelgrims eeuwenlang bloedsporen en relieken van de heilige. Is de put van Zoutelande ooit een trekpleister voor pelgrims geweest? "Nee, voor zover ik weet niet. De Willibrordusput is van oudsher wel een bezienswaardigheid voor toeristen. Ik weet nog dat toen ik op de lagere school zat er groepen Engelse toeristen speciaal voor langskwamen. Die groepen kwamen vanaf de Belgische kust en maakten met Albionbussen een rondrit over Walcheren. Bij de put van Zoutelande werd gestopt. De meester had ons het volkslied ‘God save the glorious Queen' geleerd. Als de toeristen kwamen dan zong men soms uit volle borst ‘hep ik een klorius' in plaats van ‘Happy and glorious'. Maar mooi vonden ze het. Als dank gooiden ze vanuit de bus snoepjes en muntjes naar ons toe. Er werd ook wel eens misbruik van de toeristen gemaakt. Vlakbij de put woonde een mannetje dat snel naar de put liep als hij de bus hoorde aankomen. Bij de put had hij een heel verhaal en aan het einde daarvan verkocht hij zijn ‘holy water'. Er zijn heel wat goedgelovige toeristen met een flesje water uit de put naar huis teruggekeerd."