Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

Op de rand van hemel en hel 12-02-08 | Sed auctor lorem sit amet purus

Verhaalafbeeldingen/Kinderpot/arco willeboordse 02In 1962 vinden arbeiders aan de rand van het kerkhof van Sint-Anna ter Muiden drie kinderpotten uit de late middeleeuwen. In de middeleeuwen mogen ongedoopte kinderen niet op het kerkhof worden bijgezet. Deze begrafenissen vinden zonder enig ceremonieel plaats, waarschijnlijk na zonsondergang. Vaak worden ongedoopte kinderen gewikkeld in een lijkwade begraven, maar ook aardewerken kookpotten, zogenaamde kinderpotten komen voor. Eén van de drie gevonden kinderpotten is onder­gebracht in de imposante raadzaal van het Belfort te Sluis. De conservator van de oudheidkundige verzameling van het Belfort, Arco Willeboordse, is zichtbaar geëmotioneerd wanneer hij de kinderpot uit de vitrine haalt. "Het deksel van de aardewerken pot is verloren gegaan, maar verder is de pot nog bijna geheel intact. Kijk, boven de grijze aarde steekt een heel klein schedeltje uit. Meer is er van het lijkje niet te zien en misschien is het juist daarom wel zo ontroerend."

Verhaalafbeeldingen/Kinderpot/potje03"Eeuwenlang is binnen de katholieke kerk gediscussieerd over de vraag of doodgeboren kinderen een plek in de hemel kunnen krijgen. Doodgeborenen mochten namelijk niet gedoopt worden en pas door de doop werd iemand een ware christen. Ongedoopte kinderen werden beschouwd te zijn overleden in een staat van erfzonde. In de dertiende eeuw wordt een min of meer sluitend theologisch antwoord gegeven op de vraag wat er met ongedoopte kinderen gebeurde in het hiernamaals. Dit antwoord voorzag in het bestaan van de ‘limbus infantium', ofwel het ‘voorgeborchte der kinderen', in de volksmond ‘limbo' genoemd. De limbo was een soort van voorhel op de rand van hemel en hel, waarin deze kinderen een eigen plekje hadden. De kinderen verbleven in een staat van natuurlijk geluk, maar misten, zoals gewone hemelingen, de hoogste gesteldheid van zaligheid, dat wil zeggen de directe aanschouwing van God. De kerk heeft overigens nooit een definitieve uitspraak, bij wijze van dogma, over het lot van de ongedoopte kinderen gedaan, maar het beeld van het voorgeborchte bleef in de geloofstraditie bestaan."

"In de middeleeuwen laten veel kunstenaars zich inspireren door het voorgeborchte. Het beeld dat zij scheppen is over het algemeen afschrikwekkend. Hunkerende mensen, met uitgestoken armen, die pas na een eeuwenlange boete­doening de uiteindelijke genade verdienen. Voor de ouders moet dit beeld van hun kind in de voorhel vreselijk zijn geweest, temeer daar zij hun kind nooit meer in de hemel zouden weerzien. Er was de ouders dan ook veel aan gelegen om hun kinderen zo dicht mogelijk bij God te brengen. Voor ongedoopte kinderen was geen plaats in de gewijde grond van het kerkhof, maar de kerk heeft nooit een officiële uitspraak gedaan over waar zij dan wel mochten worden begraven. Sommige mensen moeten daarom zelf naar een oplossing gezocht hebben, bijvoorbeeld een graf tegen de heg, die de scheiding vormde tussen het kerkhof en de profane wereld. Ook de ouders van het kind in de gevonden kinderpot hebben ervoor gekozen om hun dierbare te begraven aan de rand van het kerkhof, dus dicht bij de geheiligde grond. Misschien hoopten zij dat op deze manier iets van de goddelijke kracht zou afstralen op hun kind. Ouders bedachten ook allerlei andere, creatieve oplossingen om binnen de marges van de kerkleer het zielenheil van hun kind te beschermen. Zo was het in Duitsland niet ongewoon een ongedoopt kind te begraven onder de dakgoot van de kerk. De gedachte daarachter was dat het regenwater, geheiligd door het kerk­gebouw, op het kind terecht kwam. Soms ging het wel heel erg ver. Als het duidelijk werd dat het kind de geboorte niet zou overleven werd door de vroedvrouw een zogenaamde nooddoop uitgevoerd met behulp van een klisteerspuit. In het bijzijn van een geestelijke werd de spuit met wijwater gevuld, en door de vroedvrouw in de baarmoeder van de kraamvrouw gespoten om zo het kind te dopen. Dit voorbeeld geef ik, om aan te geven hoever de liefde van ouders kan gaan."

Vaak wordt gedacht dat in de middeleeuwen de emotionele afstand tussen ouders en kinderen groter was dan nu. De dood lag altijd op de loer en vooral de zuigelingensterfte was hoog. Kan de kinderpot ons nu nog iets vertellen over hoe ouders toen tegen de dood van hun doodgeboren kind aankeken? "Tegenwoordig wordt veel onderzoek gedaan naar middeleeuwse mentaliteitsgeschiedenis, maar veel bronnen zijn onvolledig, op meerdere manieren te duiden of zeggen alleen iets over een bepaalde sociale groep. Dat maakt ook de kinderpot moeilijk te interpreteren, temeer omdat er geen directe teksten over bestaan. Er is weliswaar veel informatie over volksgeloof en de geloofs- en gebruikstradities van de kerk, maar harde gegevens over de kinderpot en zijn gebruiksmotieven ontbreken. We mogen overigens wel vaststellen dat de middeleeuwers anders dachten dan wij nu. Maar als je de pot ziet en je weet dat deze tegen de rand van het kerkhof is begraven, dan voel je bijna het verdriet en de wanhoop van de ouders. Misschien was dit grafje in de pot een manier om hun kind te beschermen. Behalve zielenheil kunnen ook nog andere motieven een rol hebben gespeeld. Verhalen deden de ronde over heksen die van de beenderen van ongedoopte kinderen zalfjes maakten zodat zij konden vliegen. Misschien werd het kind wel in een afsluitbare pot gestopt om het te beschermen tegen de grijpgrage handen van de heksen. Ook waren ouders wellicht bang dat het ongedoopte kind hen zou achtervolgen als het lijkje met te weinig respect begraven zou worden. Wij weten het allemaal niet zeker."

Verhaalafbeeldingen/Kinderpot/kerk"Een kinderpot is overigens een vrij zeldzame vondst. Voor zover we weten zijn er maar dertien bekend. Eén daarvan is gevonden in West-Vlaanderen en de overigen komen allemaal uit Nederland. Opmerkelijk is dat ze geografisch gezien op uiteenlopende plaatsen gevonden zijn. In Friesland zijn acht zwarte kookpotten gevonden, bij Welzinge op Walcheren één en drie bij Sint-Anna ter Muiden. Het is mogelijk dat er meer scherven van dergelijke potten zijn opgegraven maar dat deze door archeologen niet geïnterpreteerd zijn als kinderpot omdat ze dit verschijnsel gewoonweg niet kenden. Je kunt je de vraag stellen wat ten aanzien van de pot en het lijkje moet prevaleren: het respect voor de lichamelijke integriteit van het kind en de denkwijze van de ouders van toen of de wetenschappelijke waarde? Met andere woorden: moeten we het niet alsnog begraven of mogen we het boven de grond houden ten nutte van de wetenschap? Naar mijn mening is de achting voor het kind en de ouders goed te combineren met het wetenschappelijke belang, als pot en lijkje maar op een respectvolle manier behandeld en gepresenteerd worden."

In 2006 stelt Paus Benedictus XVI dat het ‘limbus infantium' nooit tot de absolute geloofswaarheden heeft behoord en wordt het afgeschaft. Sindsdien gaan ook de ongedoopte kinderen naar de hemel.

terug naar overzicht
Voor deze site is Macromedia Flash Player nodig.

zoeken