2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
In 2008 zijn zeven x zeven verhalen verzameld bij het religieus erfgoed in Zeeland. De verhalen zijn verteld door mensen met diverse geloofsrichtingen of levensovertuigingen. Protestanten, katholieken, joden, moslims, boeddhisten en atheïsten vertelden hun verhaal bij een voorwerp, gebouw, gebruik of plek in het landschap. De gevangenispredikant André Verwijs (1965) sluit de rij van verhalen met het schilderij ‘Paulus in de gevangenis.' Het schilderij hangt in zijn werkkamer in de Penitentiaire Inrichting, Torentijd, te Middelburg. Het is geschilderd door een gedetineerde, naar een voorbeeld van een van de schilderijen van Rembrandt uit de gelijknamige Rembrandtbijbel, die tijdens de kerkdiensten in Torentijd altijd ligt opengeslagen.
"Je kunt een gevangenis vergelijken met een klooster", zegt André direct na binnenkomst. "Net als een monnik, heeft elke gevangene zijn eigen cel. In deze ruimte van drie bij drie meter waar slechts een bed, een werktafeltje en een wc staat, wordt hij doorlopend geconfronteerd met zichzelf en wel met de meest wezenlijke vraag die wij onszelf als mens kunnen stellen: ‘Wie ben ik?'. Het verschil is dat een gevangene hier niet ‘voor zweetvoeten' zit, zoals ze zelf vaak zeggen, maar dat hij meestal daadwerkelijk iets op zijn kerfstok heeft. Om te beseffen hoe het zo ver heeft kunnen komen, moet hij terug naar die vraag. Dit is een confronterend en eenzaam proces. Het geloof kan daarbij houvast en steun bieden, en ik probeer hen daar zo goed mogelijk in bij te staan. Ik doe dit niet alleen. In de gevangenis komen alle geloofs- en levensovertuigingen samen. De dominee, pastor, imam, pandit, rabbijn en humanist zijn samen verantwoordelijk voor de geestelijke verzorging." Voor elk wat wils. "Ja, want binnen deze gesloten inrichting is een goede vertrouwensband tussen de gevangene en de geestelijke verzorger noodzakelijk. De eigen taal helpt daarbij."Wat bezielt een jonge, tweeënveertigjarige predikant om zich elke dag vrijwillig te laten opsluiten? "Ik ben gefascineerd door de fundamentele vragen, zoals ‘Wat vormt de basis van ons bestaan?' Volgens mij moet de basis gefundeerd zijn door liefde, veiligheid en geborgenheid. Als dit niet in de kinderjaren is meegegeven dan ontstaat een kwetsbaar mens die later kan ontsporen. Dit hoeft niet altijd zo te zijn, maar hier zie ik daar elke dag voorbeelden van. Door mijn ‘gemeente' word ik steeds weer geconfronteerd met die, voor mij, wezenlijke vragen. In onze samenleving gaat het vaak niet over deze basis, maar over de begrippen goed en kwaad. De ‘kwaden' worden voor een bepaalde tijd van de samenleving buitengesloten, terwijl de ‘goeden' vrij verder gaan. Mij gaat het niet om goed en kwaad of om te oordelen en te veroordelen, maar over hoe je verder leeft na een verschrikkelijke of onvergeeflijke daad. Hoe moet je dan verder, als mens leven?"
"Voor dit gesprek heb ik als object het schilderij ‘Paulus in de gevangenis' uitgekozen. Het toont de apostel Paulus in de gevangenis, diep verzonken in gedachten. De pen in zijn hand suggereert dat hij een van zijn brieven aan het schrijven is. Afgelopen zaterdag heb ik naar aanleiding van dit schilderij in Torentijd een kerkdienst gehouden, en dat peinzen en schrijven was voor de gedetineerden heel herkenbaar. Gevangenen zitten hier niet alleen opgesloten tussen vier muren, ze zitten ook gevangen in zichzelf. Zelf weten ze dit soms treffend te verwoorden. In de liturgie heb ik een van hun gedichten opgenomen. Het eerste couplet gaat als volgt:
‘Heer,
niet alleen gesloten en gegrendelde deuren
houden mij gevangen,
maar ook mijn verleden en mijn schuld'.""Misschien zit de in gedachten verzonken Paulus hier ook wel aan te denken. Hij is geen lieverdje geweest, had mensen vervolgd om hun geloof, en zat nu zelf vanwege zijn geloof in de gevangenis. In het bijbelboek Handelingen, hoofdstuk 16, wordt beschreven dat Paulus en zijn vriend Silas rond middernacht aan het bidden en zingen waren. Toen begon de aarde te beven. Alle deuren en boeien sprongen open, van alle gevangenen die er zaten. Ze waren vrij en konden gaan en staan waar ze wilden. Maar de gevangenen waren tot inkeer gekomen en bleven waar ze waren. Ze voelden zich geestelijk vrij en hoefden dus niet te vluchten, niet voor een ander en niet voor zichzelf. Dit verhaal interpreteer ik naar de gevangenen toe. De aardbeving kan staan voor dat plotselinge inzicht in jezelf. Dat inzicht dat een antwoord geeft op de vraag:
‘Wie ben ik?' Als je dat weet, dan vallen de gevangenismuren letterlijk en figuurlijk van je af, en ben je geestelijk vrij. Geloof kan je die vrijheid geven. Na het uitzitten van de straf gaan ze de samenleving weer in. Maar ze zijn pas echt vrij wanneer ze zichzelf hebben weten te bevrijden van hun verleden en schuld."
"Door mijn werk in de gevangenis hebben de verhalen in de bijbel een nieuwe betekenis gekregen. Meer als leidraad voor als het in het leven even niet goed gaat. Ik zie nu in dat de bedoeling van veel van deze verhalen is, om de mens te laten zien dat hij of zij altijd een nieuw leven kan en mag beginnen. God denkt ruimer dan ons goed en kwaad. Denk aan het verhaal van ‘Jona en de walvis'. Jona ‘komt vrij'uit de walvis, na een periode van inkeer. Zijn fout wordt hem vergeven, maar de opdracht waar hij voor staat in de wereld verandert niet."