2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
"Met de opening van de Nehalenniatempel in 2005, is het dorp Colijnsplaat achttien eeuwen teruggeplaatst in de tijd", zegt Johan Sturm (1953), secretaris van de Stichting Nehalennia. "De aanleiding voor de bouw is het vierhonderdjarig bestaan van het dorp in 1998. Om de viering luister bij te zetten, vat een groepje dorpsbewoners het plan op om een reconstructie van een Gallo-Romeins Nehalennia heiligdom te maken. De tempel heeft geen religieus doel, het is een historisch monument, niet meer en ook niet minder. De afgelopen jaren hebben wij verschillende monumenten in het dorp geplaatst. Ter herinnering aan de watersnood van 1953 staat aan de gedempte haven een levensgrote hand die de overslaande golven tegenhoudt (‘Houen jongens') en aan het havenhoofd staat een beeld van de waterbouwkundige Johannis de Rijke (1842-1913). De Rijke was geboren in Colijnsplaat en werkte dertig jaar in Japan waar hij tot op de dag van vandaag als een held wordt vereerd. Verder is er een oorlogsmonument en binnenkort komt even buiten het dorp een monument ter gedachtenis aan de verdronken dorpen in Zeeland. De beelden zijn opgenomen in een historische wandelroute, die de burgemeester al eens gekscherend de ‘beeldensturm' route heeft genoemd. Maar dat is natuurlijk te veel eer."
In het dagelijks leven is de historicus Johan Sturm organisatieadviseur aan de Vrije Universiteit (VU). Hij woont in Amsterdam en samen met zijn vrouw Monique Ouwerkerk (1962) verblijft hij regelmatig in zijn vakantiewoning aan de Havenstraat. Hij noemt zichzelf een zonderling en op een buitenstaander kan een ‘beeldensturm' in een klein dorpje als Colijnsplaat inderdaad wat merkwaardig overkomen. "De monumenten verwijzen naar bepaalde gebeurtenissen in onze geschiedenis, die dreigen te worden vergeten. Nu kent iedereen de naam Nehalennia. Horecagelegenheden, partyschepen en een scholengemeenschap te Middelburg dragen haar naam, maar toen ik in de jaren zestig van de vorige eeuw opgroeide in Goes had nog nagenoeg niemand van haar gehoord. Dit veranderde in 1970. In dat jaar viste de schipper K. J. Bout delen van een Nehalennia altaar uit de Oosterschelde, vlak voor de kust van Colijnsplaat. Een uitgebreid onderzoek volgde en in samenwerking met oudheidkundigen, archeologen en amateur-duikers zijn sindsdien honderden votiefstenen en andere resten van een Romeinse vestiging gevonden."
Nu is Nehalennia een hype." Maar wie was zij? "Wie zij precies was, is moeilijk te achterhalen. Helaas zijn er geen oude teksten waarin zij wordt genoemd, veel is giswerk. Wetenschappers gaan ervan uit dat zij een regionale godin was. Vanaf het moment dat de Romeinen naar Zeeland komen, vanaf 50 voor Chr., nemen zij haar op in hun rijk der goden. De Romeinen incorporeren in al hun veroverde gebieden de plaatselijke goden. Nehalennia is de inheemse heerseres over de Schelde en over de Zeeuwse kusten. Zij is de beschermvrouwe van de handelaren en de zeelieden, en vermoedelijk ook een vruchtbaarheidsgodin. Haar tempel stond in de toenmalige havenstad Ganuenta, die nu iets voor Colijnsplaat op de bodem van de Oosterschelde ligt. De plaats was een handelsnederzetting. De schippers en kooplieden varen op Brittannië en als dank voor een behouden thuiskomst brengen zij offers aan haar in de vorm van votiefstenen die in en rondom de tempel worden geplaatst. De opschriften van de stenen geven ons veel informatie. Ze wordt vaak afgebeeld als een jonge, zittende, vrouw met een kapmanteltje om haar schouders, dat wel eens met een knipoog de antieke Zeeuwse klederdracht is genoemd. Zij is evengoed een echt Zeeuws meisje, want wereldwijd zijn alleen in Domburg en Colijnsplaat sporen van haar gevonden."De Nehalennia tempel staat aan de jachthaven. Het terra-gekleurde gebouwtje meet vier bij vier meter en heeft een galerij rondom waarvan het dak gesteund wordt door tweeëntwintig donkergrijze pilaren. Het oogt mediterraans en lijkt daarmee in schril contrast te staan met de rest van dit door en door Nederlandse renaissancedorp. Hoe reageerden de dorpsbewoners op de tempel? "In het begin wel wat lauw. Wat moeten we ermee en wat hebben we eraan, waren veel gehoorde opmerkingen. Toch heeft de tempel zich in korte tijd een plek binnen het dorp veroverd. Ik kwam daarachter nadat ik op Omroep Zeeland publiekelijk had verklaard dat vrienden van ons uit Amsterdam het tempeltje per abuis hadden aangezien voor het toiletgebouwtje van de ernaast gelegen watersportvereniging. Het dorp was in rep en roer, want van hun tempeltje moesten ze afblijven. Ik moet zeggen dat ik zelf ook beduusd was door deze ‘bevriende' opmerking, want op onze natuur- en cultuurwandeling langs de Oosterschelde had het bezoek aan de tempel de apotheose, de uitsmijter, van de tocht moeten worden."
"Deze anekdote geeft eigenlijk al aan dat het tempeltje voor mij meer is gaan betekenen dan alleen een historisch monument. Als ik hier verblijf loop ik er elke dag wel even naar toe. In de tempel overvalt mij telkens weer een gevoel van onthechting. De Stichting heeft er niets sacraals mee willen uitdragen, maar ook veel van de bezoekers ervaren deze plek als heilig of gewijd. Op de grond staat een terracotta onderschaal van een bloemenvaas die daar na een of ander festijn is blijven staan. Veel van de bezoekers leggen daarin kleine offertjes in de vorm van vruchten of munten en niemand neemt die weg."
Bij de opening in 2005 hebben mijn vrouw en ik onze huwelijksceremonie gehouden in de tempel. Wij hebben die dag een van de tweeëntwintig pilaren geadopteerd en ingewijd met de Latijnse tekst: Per tempestatem ad templum antiquorum. De letterlijke betekenis van deze tekst is: ‘Door zwaar weer tot een tempel der antieken'. Uit deze grondtekst komt vrij vertaald onze trouwtekst voort: ‘Ondanks die Sturm is er dan toch maar mooi een Ouwerkerk'."