Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

Sint Jan ten Heere 12-02-08 | Sed auctor lorem sit amet purus

Verhaalafbeeldingen/Sint Jan ten Heere/brouwerSint-Jan ten Heere is een buurtschap gelegen aan de Prelaatweg tussen Westkapelle en Aagtekerke. ‘s Zomers is het een komen en gaan van toeristen die vlak tegen de duinen een kampeerplek weten te vinden op een van de vele mini­campings. Tot 1572 staat hier een klooster of gasthuis van de monniken van de Johannieter Orde. Tijdens de onlusten rondom de Reformatie wordt het klooster geplunderd en vernield. Rond 1736 laat baronet Johan Pieter van de Brande, schepen van Middelburg, een riante buitenplaats op deze plek bouwen. Het buiten krijgt de naam Sint-Jan ten Heere. Op deze bijzondere locatie staan tegenwoordig boerderijen waar Zeeuwse gewassen als uien, suikerbieten en graan worden verbouwd.

"De graanprijs was prima het afgelopen jaar", vertelt Krijn Brouwer desgevraagd. En dat is goed nieuws, want boeren op 25 hectaren is tegenwoordig geen vetpot. Krijn woont met zijn gezin aan de Hereweg. Zijn zus bewoont de op een steenworp afstand gelegen boerderij Sint-Jan ten Heere aan de Prelaatweg. Beiden wonen op het perceel van de voormalige buitenplaats. Krijn is parttime agrariër en ‘s zomers beheert hij samen met zijn vrouw minicamping de Walnoot. Daarnaast werkt hij in het seizoen fulltime als hoofd buitendienst bij de Stichting Strandexploitatie. Het is hartje winter wanneer we elkaar ontmoeten. Het land dat zich achter de boerderij uitstrekt tot aan de duinenrij maakt een desolate indruk. Een gravure van Jan Arends (1738-1805) laat een heel wat idyllischer beeld zien. Tegen de achtergrond van een weelderig buiten met fraai aangelegde tuin staan groepjes mensen te koeterwalen in zomerse kledij. Het zijn de hoogtijdagen van deze buitenplaats, toen ‘s zomers de familie Van de Brande er samen met vrienden voor langere tijd verbleef. Geen driedubbele baan zoals Krijn Brouwer, maar een ontspannen gezelschap in een zelf gecreëerd paradijs van 19 hectare groot.

Verhaalafbeeldingen/Sint Jan ten Heere/omgevingIn 1825 komt Sint-Jan ten Heere na verschillende overervingen in handen van jonkheer Willem Versluijs (1798-1875). Deze opmerkelijke man staat aan de wieg van de geboorte van de Gereformeerde Gemeente in Aagtekerke. Nadat hij met zijn huishoudster is getrouwd sluit Versluijs zich in 1835 aan bij de geloofsbeweging van de afscheiding. Deze groep van huis uit overwegend gereformeerden streeft een strengere leer na dan de gevestigde Gereformeerde Kerken. De beweging is verboden in die tijd, maar op verschillende plaatsen komt men in het geheim toch bijeen. Op Sint-Jan ten Heere wordt 's zondags driemaal daags een godsdienstoefening gehouden in het koetshuis. De kerkgangers komen uit de omliggende dorpen Domburg, Aagtekerke, Westkapelle, Meliskerke en Grijpskerke. De overheid grijpt regelmatig in, maar spot, gerechtelijke vervolgingen en boetes houden Versluijs niet van de ‘smalle' weg. Ook andersdenkende predikanten zijn welkom op het buiten. Ds. Budding gaat voor, evenals de befaamde predikant en tuinman J.W. Vijgeboom, die
waar hij ook komt voor onrust zorgt. Na de komst van ds. L.G.C. Ledeboer ontstaat er een conflict over het psalm­gezang. Ledeboer is een fervent voorstander van de psalmen van Petrus Datheen (1566) en de gemeente, die de naam Jezus Christus te Sint-Jan ten Heere draagt, steunt hem daarin unaniem. Dit leidt uiteindelijk tot het stichten van een eigen Ledeboeriaanse gemeente, de Gereformeerde Gemeente Aagtekerke.

Bij zijn kinderloos overlijden in 1875 vermaakt Versluijs de buitenplaats aan zijn familieleden. Zij verkopen het huis korte tijd later voor afbraak. De Gereformeerde Gemeente wordt bedacht met een legaat dat wordt gebruikt voor de bouw van een kerkgebouw. De zijmuren worden opgetrokken met de bakstenen van het koetshuis. De overige bakstenen worden gebruikt voor vier boerderijen, waarvan één wordt vernoemd naar de buitenplaats en een tweede de naam Klein Sint-Jan ten Heere krijgt.

Verhaalafbeeldingen/Sint Jan ten Heere/naamverwijzingAl vier generaties Brouwer wonen op het voormalig buiten. Krijn Brouwer, de grootvader van Krijn, neemt de boerderij Sint-Jan ten Heere over van zijn vader. Zijn broer Kees betrekt de boerderij op het aanliggende perceel aan de Sint-Jan ten Heereweg. Het zijn kleine, zelfstandige boeren met een gemengd bedrijf. Nu is er niets meer zichtbaar van het verleden, maar bij het ploegen komen nog regelmatig grote Zeeuwse kloostermoppen naar boven. "Ze zijn van het klooster", zegt Krijn. "Vroeger zat er nog veel meer in de grond. M'n vader en ooms speelden met de beenderen en schedels van de monniken. Ze lagen er gewoon voor het oprapen." Waar dit archeologische erfgoed is gebleven weet hij niet. "Het zal wel in de gierput zijn verdwenen." En dat vindt Krijn jammer, want in de toekomst zou hij graag iets willen laten herbeleven van het roemrijke verleden van Sint-Jan ten Heere.

terug naar overzicht
Voor deze site is Macromedia Flash Player nodig.

zoeken