Verhalen

Welkom op de website van zevenxzeven

2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.

lees meer

Van doop tot dood 12-02-08 | Sed auctor lorem sit amet purus

Verhaalafbeeldingen/van doop tot dood/wilMevrouw Wil Nelissen is samen met de vrijwilligers van het Streekmuseum De Meestoof druk met de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen. Het is eind maart en met het Museumweekend, begin april, gaat het museum weer open voor het publiek. "Het streekmuseum is ondergebracht in het voormalige gemeentehuis van Sint-Annaland. Achter dit gebouw staan twee Zeeuwse landbouwschuren en daarnaast een houten noodwoning die na de watersnoodramp van 1953 door de koning van Noorwegen aan het dorp Stavenisse werd geschonken. In het museum wordt het cultureel erfgoed van Tholen en Sint-Philipsland tentoongesteld. De collectie toont voornamelijk het dagelijkse leven van de gewone man en vrouw en de gegoede burgers vanaf 1850 tot 1950. Het streekmuseum spreekt de bezoekers uit de buurt aan, maar is ook voor mensen daarbuiten interessant. Veel bezoekers herkennen de objecten en vaak roept dat allerlei herinneringen op."

Verhaalafbeeldingen/van doop tot dood/doopjurkjeWil is gepokt en gemazeld binnen het museum. Al twintig jaar is zij verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Veertig vrij­willigers stuurt ze aan met elk een eigen museale taak. "Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de expositie Religieus Erfgoed. In het kader van dit themajaar worden er objecten tentoongesteld die verwijzen naar rituelen binnen het protestantse en katholieke geloof op Tholen." Rituelen komen in alle culturen en in alle religies voor. Binnen de verschillende religieuze stromingen worden geboorte, huwelijk, uitvaart en rouw gesanctioneerd door rituelen. Elke stroming hecht daar een eigen geloofsbetekenis aan. "In het begin van de tentoonstelling zijn de doopjurkjes en -doeken geëxposeerd." De doop is binnen de christelijke kerken het eerste ritueel. Tijdens de doopplechtigheid wordt het kind opgenomen in de geloofsgemeenschap. Het is een feestelijke gebeurtenis waarbij de dopeling in een zo'n mooi mogelijk jurkje wordt getoond. "In de collectie bevinden zich veertien doopjurkjes die voornamelijk rond 1900 zijn gemaakt. De stof van het jurkje, de hoeveelheid kant die erin verwerkt is en de complexiteit van de broderie zeggen veel over het sociale milieu waarin het kind is geboren. Het doopjurkje van Ella Vogelaar, de ex-minister van Wonen, Wijken en Integratie, is één van de topstukken uit de kant­collectie van het museum. Een tante van haar belde op om te vragen of het museum geïnteresseerd was in haar doopjurkje. Haar familie komt oorspronkelijk uit Anna-­Jacobapolder. In de vitrine hangt ook het doopjurkje van de voormalig wielrenster Keetie van Oosten-Hage uit Sint-­Maartensdijk. Velen kennen haar niet meer, maar in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw behoorde zij, zowel op de weg als op de baan, tot de wereldtop."

"De achterste vitrine toont op de achterwand een foto van het interieur van de Nederlands Hervormde Kerk te Stavenisse. Tegen deze achtergrond staat een zilveren avondmaalstel uit de vorige eeuw. Daarnaast staat de predikant. Hij speelt een belangrijke rol bij de sanctionering van de rituelen en mag op deze expositie dan ook niet ontbreken. De dominee is te herkennen aan zijn ouderwetse dracht. Tot ver in de tweede helft van de negentiende eeuw liep hij rond in een zwarte kniebroek met kuitgespen en met een driekantige steek op het hoofd, hoewel deze dracht al jaren uit de mode was. Door dit soort kleding was de predikant ook door de week herkenbaar."

Verhaalafbeeldingen/van doop tot dood/rouwkaarten"De volgende vitrines tonen rouwobjecten. De kleur zwart voert hier de boventoon. Uit de grote verscheidenheid aan objecten kan al worden afgeleid dat de generaties vóór ons enorm veel waarde hechtten aan de rouw. Rouwen was vroeger aan vaste rituelen gebonden. Na het overlijden volgde als eerste de begrafenis. Familie en bekenden werden daarvan op de hoogte gebracht door middel van een rouwkaart. De rouwkaarten in de vitrine hebben de ons bekende zwarte rand al, maar verder wordt alleen de naam en de datum van de overledene vermeld. Vanaf het midden van de twintigste eeuw worden de kaarten persoonlijker. Met een bijbelse tekst of gedicht wordt de overledene herdacht. Naast de rouw­kaarten liggen de bidprentjes. Katholieken geven meestal ook een bidprentje uit, een klein gedachtenisprentje waarop leven en sterven van het dierbare overleden familielid herdacht worden. Het bidprentje roept op om te bidden voor het zielenheil van de overledene." De periode van rouw verschilde per gebied en kon van enkele maanden tot soms jaren duren. Al die tijd was de familie ondergedompeld in rouw. Wie het zich kon veroorloven droeg gepaste rouwkleding in stemmig zwart. De minder bedeelden konden zich dit niet veroorloven, zij droegen een zwarte band om de bovenarm. "Op Tholen droegen de vrouwen tijdens de rouw een muts van batist of tule; in plaats van kant zat er een dubbele zoom van dezelfde stof aan de muts. De Thoolse sieraden zijn bekend om hun schoonheid en vakmanschap. Tijdens de rouw werden deze uitbundige gouden oorijzerhangers vervangen door de meer eenvoudige zwarte rouwsieraden van glas, hout, been of git met zilveren sluitingen. Aan tafel werd uit de rouwbijbel voorgelezen en in de gegoede milieus kwam het speciaal voor de rouw vervaardigde servies uit de kast."

Opmerkelijk zijn de voorstellingen in miniatuurformaat, gemaakt van lokjes haar van de overledene. Voor ons lijkt het misschien wat morbide, maar in de negentiende en begin twintigste eeuw was het heel populair om een haarwerkje te maken ter herinnering aan een overledene. In damestijdschriften verschenen praktische handleidingen over hoe je het haar van de overledene in een schilderijtje of sieraad kon verwerken en waren er kunsthaarwerkers die zich toelegden op het vervaardigen van dit soort objecten. In de beginperiode waren vooral kerkhofvoorstellingen in de mode. De schilderijtjes kregen vervolgens een prominente plek in de huiskamer. Rond 1900 werd het haarwerkje verdrongen door een foto van de overledene. Veel van deze objecten hebben hun religieuze betekenis nu verloren. Maar de achterliggende betekenis is nog springlevend, want ook nu nog helpen rituelen het leven te ordenen of er zin aan te geven.

terug naar overzicht
Voor deze site is Macromedia Flash Player nodig.

zoeken