2008 was het Jaar van het Religieus Erfgoed. In dit jaar werden in Zeeland zeven x zeven verhalen verzameld bij religieus erfgoed. De verhalen worden verteld door Zeeuwen van nu: jonge en oude, allochtone en autochtone, bekende en onbekende inwoners van deze provincie. Ze vertellen bij voorwerpen, gebouwen, gebruiken of plekken in het landschap die verwijzen naar het religieus erfgoed. Van veel verhalen is de plek te bezoeken. De verhalen van het religieus erfgoed zijn weer actueel in de Jaren van het Immaterieel Erfgoed, 2011 en 2012.
lees meer
In ons dagelijks leven komen wij voortdurend in aanraking met vormen en beelden die voortvloeien uit de waarneming van de kunstenaar. In de vissershaven van Breskens is er de wandschildering vijf broden en twee vissen van beeldend kunstenaar Johnny Beerens (1966). Het schilderij, dat 20 bij 22 meter meet, beeldt vijf rechtopstaande knapperige broden uit, met daaronder twee horizontaal liggende zilverzijdeachtige vissen. De muurschildering is aangebracht op de damwanden van de graansilo in gebruik bij de agrarische coöperatie van Zuidwest-Nederland (CZAV). Het beeldbepalende monumentale kunstwerk beheerst de omgeving van de vissershaven. Voorbijgangers kunnen en willen er niet omheen, het beeld overweldigt en intrigeert. De voorstelling lijkt voor iedereen herkenbaar, vijf broden en twee vissen, het is wat het is, aards en bijbels tegelijk.
"De wandschildering verwijst naar één van de verhalen uit het Nieuwe Testament," zegt Beerens desgevraagd. "Ik heb met dit werk geen religieuze boodschap willen uitdragen. Als kunstenaar sta ik in een eeuwenoude traditie. Net als veel van mijn voorgangers gebruik ik de klassieken en de bijbel om mijn taal vorm te geven. De broden en vissen gebruik ik als metaforen en werk die uit tot zelfstandige beelden met een nieuwe betekenis." Het verhaal van de vijf broden en de twee vissen in Johannes 6:1-15 is een wonderverhaal. Aan het meer van Galilea werden vijfduizend mensen door Jezus gevoed. De broden en vissen vallen in het niet te midden van de duizenden mensen, toch is er genoeg voor iedereen. "Het is een mooi verhaal, er was genoeg voor iedereen, maar voor mij verwijzen de broden naar de landbouw die de vruchten van de aarde voortbrengt en naar de graansilo waar het graan werd opgeslagen en bewaard. De vissen verwijzen naar de havens en visserij en staan symbool voor wat de zee voortbrengt."
"Na mijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg werk ik vooral met pure beelden, die onveranderlijk zijn en daardoor een blijvende waarde hebben. Mijn motieven vind ik in het land, de oogst en de zeeweringen van Zeeland. Maar de laatste jaren schilder ik ook veel in Noorwegen en in Italië. De beelden die ik maak probeer ik zo zuiver, zo autonoom, mogelijk neer te zetten. De schildering moet voor zichzelf spreken, de essentie weergeven van wat ik ermee wil zeggen. Op deze manier hoop ik dat mijn werk een bepaalde eeuwigheidswaarde krijgt en dat het een blijvend effect op de voorbijgangers of de bezoekers heeft. Dit laatste lukt niet altijd. Op de watertoren van Oostburg heb ik de wandschildering Levensbron gemaakt. De vormgeving van de scheur en de druppels zijn geënt op het wondteken in de borst van Christus, zoals dat traditioneel als detail werd afgebeeld op schilderijen van de kruisiging en kruisafname. Het beeld drukt de universele pijn van de mensheid uit. Maar veel mensen zien in dat 55 meter hoge werk slechts wat waterdruppels die uit een scheur van de watertoren stromen."
"De muurschilderingen breng ik bij voorkeur aan op bestaande gebouwen. Een doorleefd en industrieel gebouw als de graansilo gaat een relatie aan met mijn werk waardoor het een extra dimensie krijgt." Ook in zijn schilderijen werkt hij vanuit de materie. Dit beeld wordt versterkt door het gebruik van het door hem zelf geschepte papier. Het is een langdurig proces. Uit een grote bak met katoenvezels en water, wordt met een zeef handmatig een laagje brij geschept. De zeef wordt geschud waardoor het water wegloopt en de katoenvezels in een samenhangend geheel over de zeef worden verdeeld. Het natte vel wordt dan omgekeerd en op een vilt gelegd om te drogen. "Tijdens het proces voeg ik materialen als schelpengruis, steentjes en gekleurd nylondraad van aangespoelde visnetten toe. Zo ontstaat een ruw gestructureerd aquarelpapier, dat een wezenlijk onderdeel vormt van mijn uiteindelijke werk."
Uit zijn werk spreekt een diepe verbondenheid met de natuur. "Er zijn bijna geen oerlandschappen meer, alles is door de mens omgevormd tot cultuurlandschap. In mijn schilderijen filter ik de oerlandschappen uit de cultuurlandschappen die ons als mens van de éénentwintigste eeuw omringen. Zoals de boer zijn land bewerkt, zoals de zee het zand en de wind de glooiing schuurt, zo bewerk ik mijn schilderijen. De mens is vaak nog voelbaar aanwezig in de lege landschappen die ik schilder. De sporen die de mens achterlaat toon ik in een wisselwerking tussen het gemaakte landschap en de wildernis, waar de patronen door de natuur zijn gevormd." Met veel oog voor detail schildert hij zijn oerlandschappen. In de vers geploegde sporen zijn het schelpengruis en plantenresten nog zichtbaar. De stenen en rotsplateaus zijn begroeid met korstmossen. Verder is er niets. Zijn schilderijen zijn geen pastorale landschappen waar plaats is voor geborgenheid, het zijn geïsoleerde werelden buiten de menselijke maat en ordening. Dit wordt versterkt door zijn werkwijze. "Ik verdicht en vergroot de werkelijkheid, waardoor mijn werk hyperrealistisch en soms zelfs surrealistisch wordt." Het overtreffen van die werkelijkheid geeft het werk iets mysterieus en overweldigends. Staan de landschappen voor het einde of voor een nieuw begin? "In mijn landschappen wil ik een gevoel van oneindigheid oproepen".
De klei, de stenen, vissen en broden lijken tastbaar en herkenbaar. Maar elke waarneming van de werkelijkheid is subjectief. Als de essentie van het kunstwerk ons als voorbijgangers ontgaat, dan rijgen wij de beelden en vormen aaneen tot verhalen. Zo geven wij zin en betekenis aan vijf broden en twee vissen en aan ontmoetingen, gebeurtenissen en ervaringen in ons bestaan. De objecten zijn door kunstenaars gemaakt, maar wij houden ze, door de manier waarop wij ernaar kijken en ermee omgaan, levend.